Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afleiding - (het afleiden, het afgeleide (taalk.); verstrooiing)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

afleiden ww. ‘de aandacht wegleiden, verstrooien; vormen (uit); concluderen (uit)’
Mnl. leed af (pret.) ‘voerde weg’ [1285; CG II, Rijmb.], afgeleyt ‘tevreden gesteld?’ [1440; MNW], afleide (pret.) ‘de aandacht afleidde, de rust bewaarde’ [1440; MNW], afleyden ende toeleyden ‘er vandaan leiden en erheen leiden’ [1461; MNW]; vnnl. van ... af-leydt (3e pers. ev.) ‘op ... terugvoert, van ... afleidt’ [1658; WNT]; nnl. afleiden ‘concluderen (uit gegevens)’ [1777; WNT zwaartepunt], afleiden (taalkunde) ‘de oorsprong verklaren uit, behoren bij’ [1782; WNT zakelijk], afleiden ‘verstrooien’ [1866; WNT].
Gevormd uit → af in de betekenis ‘weg’ en → leiden ‘voeren’.
Ohd. abaleitjan ‘wegvoeren’ (nhd. ableiten); ofri. oflêda (nfri. ôfliede); nzw. avleda.
afleiding zn. ‘het afleiden, het afgeleide (taalk.); verstrooiing’. Vnnl. afleding [1584; Twe-spraack], af-spruiting [1649; Kók], afleiding [1723; Kate]; afleiding ‘verstrooiing’ [1784-85; WNT]. In de taalkundige betekenis een leenvertaling van Latijn dērīvātiō, letterlijk ‘afleiding’, zie → derivaat, met als betekenis ‘het vormen van een woord uit een reeds bestaand woord, door aanhechting van voor- of achtervoegsels, door klankverwisseling of door er een andere woordsoort van te maken’ en daarnaast ‘het aanwijzen van een verband tussen een woord en het stamwoord’. Derivatio viel in de klassieke grammatica onder de diachroon (‘etymologisch’) uitgewerkte ‘species’, een van de kenmerken van de woordsoorten. Species werd in de oudste Nederlandse grammatica's weergegeven als ghe(-)daante [1584; Twe-spraack], soorte, aert, afkomst [1625; Heule]. Niet alleen het proces, ook het product kreeg de naam afleiding ‘door afleiding gevormd woord, derivatum’; Vroegnieuwnederlandse definities van afleiding zijn: ghesproten wóórt, spruytwoort [1584; Twe-spraack], uytspruytend woort, afkomstich woort [1625; Heule], spruiteling [1649; Kók]. In de betekenis ‘verstrooiing’ afgeleid van het werkwoord afleiden in de betekenis ‘de aandacht wegvoeren van, verstrooien’.
Lit.: Ruijsendaal 1991

EWN: ♦ afleiding zn. 'het afleiden, het afgeleide (taalk.); verstrooiing' (1584)
ANTEDATERING: Afleydinge 'oproeping tot getuige (?)' [1557; iWNT]
Later: afleydinge 'deductie, derivatie' [1573; Thes.] (EWN: 1584)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut