Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afkalven - (afbrokkelen)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2011-), Etymologiewiki

NEW en EWN geven verschillende verklaringen: NEW geeft kalf als etymon, EWN kavel. Zie als aanvulling de website van Robert Geuljans: http://www.etymologie-occitane.fr/2011/10/vedel-vedeou/. Hier blijkt dat in het Provençaals vedel ‘kalf’ wordt gebruikt voor "éboulis de terre" of voor een muur die uitzakt. In de Languedoc gebruikte men hiervoor sauma ‘ezelin’. Deze uitdrukkingen doen sterk denken aan het Nederlands afkalven. Het is natuurlijk toeval dat in het Provençaals ook het beeld kalf gebruikt wordt, maar het versterkt wel de etymologie van het NEW. Vergelijk ook de website onlinetymon, waar voor het Engelse calf "Used of icebergs that break off from glaciers from 1818." wordt verondersteld het PIE *gelb(h)-, from base *gel- "to swell," hence, "womb, fetus, young of an animal."

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

afkalven ww. ‘afbrokkelen’
Vnnl. afcalven [ca. 1578; WNT Supp.].
Met metathese van v en l ontstaan uit *afkavelen (ook afkabbelen), gevormd uit → af- en → kavel ‘afgescheiden, gesplitst deel’.
Lit.: J. van Lessen (1930) ‘Over de etymologie van afkalven’, in: TNTL 49, 263-272

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

afkalven* [afbrokkelen (van aarden wanden)] {affcalven ca. 1578} van kalf [verzakte grond]; etymologie onzeker, waarschijnlijk metaforisch ontleend.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kalf 3 znw. o. ‘stuk afgezakte grond langs dijken’, en vandaar ook afkalven ‘het afschuiven van stukken grond van een dijk’. Daar het onbevredigend is deze betekenis uit de diernaam af te leiden, wil J. H. van Lessen Ts 49, 1930, 263-272 dit woord evenals kalf 2 uit kavel afleiden en gaat daarbij uit van een primair kaven ‘splijten, beslissen’; afkalven zou dan betekenen ‘afscheuren, door splijten afbrokkelen’. De etymologie van kavel wijst echter niet in deze richting. — Uitgaande van de onder kalf 1 gegeven etymologie komen wij uit met een bet. ‘klomp aarde’, zoals die ook in de verwante woorden klont en kluit aan de dag treedt.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Afkalven wordt gezegd van aardwerken, als groeven, oevers enz., die loslaten en gedeeltelijk afzakken, ook van muren, waarvan de kalk bij stukken afvalt. Kalven wordt ook gezegd van het krijgen van ontvelde plekken bij winterhanden. Beide uitdrukkingen komen van kaal, vroeger kaluw; de v is uit de uw ontstaan evenals in verven uit vroeger varuwe, verwen; malve naast maluwe, enz. De grondbeteekenis is dus kaal worden, kale of leelijke plekken krijgen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

afkalven* afbrokkelen (van aarden wanden) 1578 [WNT Suppl]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut