Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afhandig - (ontnomen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

afhandig bn. ‘ontnomen’
Zowel vroeger als nu alleen in de verbinding (iemand iets) afhandig maken ‘afpakken, ontnemen’: mnl. afhendich maken [1467; MNW], Van die gouwen kelc, die die stat ons kerc ofhandic makede ‘van de gouden kelk die de stad [Utrecht] onze kerk [Buurkerk] afhandig maakte’ [15e eeuw; MNW].
Samenstellende afleiding van → af en → hand met het achtervoegsel → -ig.
Mnd. afhendich ‘niet aanwezig’; nhd. (zonder achtervoegsel) abhanden ‘zoek, weg’; nfri. ôfhandich ‘afhandig’.

EWN: afhandig bn. 'ontnomen' (1467)
ANTEDATERING: dat sy niet affhendich en werde 'dat ze niet verloren raakt' [1426; iMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

afhandig* [wat men slinks van iem. verkrijgt] {afhandich, afhendich [teloor gegaan] 1426} oudhoogduits aba hantum (hoogduits abhanden), oudengels æfhende [weg], gevormd van af + hand.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

afhandig bnw., mnl. afhandich, afhendich ‘uit iemands macht geraakt, beroofd van’, vgl. ohd. ab hantum (nhd. abhanden) ‘weg’, oe. of-, æf-hende ‘weg, afwezig, mnd. afhendich ‘niet voorhanden, weg’; gevormd uit af en hand.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

afhandig bnw., mnl. afhandich, gew. afhendich “uit iemands hand of macht geraakt, weg, beroofd van”. Gevormd van af en hand, vgl. ohd. aba hantum “weg” (nhd. abhanden), mnd. afhendich “niet voorhanden, weg”, ags. æf-, ofhende “weg, afwezig” en ook behendig.

[Aanvullingen en Verbeteringen] afhandig. Gron. of(h)andig = “afgelegen”.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut