Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afgunstig - (vervuld van nijd)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

afgunst zn. ‘nijd’
Mnl. afhonst, af onst [1265-70; CG II, Lut.K]; vnnl. afgonst [1604; WNT waan I].
Gevormd uit → af en het zn. mnl. onst, unst ‘gunst’ (onl. anst [10e eeuw; W.Ps.]), een verbaalabstractum bij het preterito-presens mnl. onnen, unnen ‘gunnen, welgezind zijn’, later onder invloed van → gunnen (< ge-unnen) omgevormd tot afgunst.
Os. abunst; ohd. abunst naast abanst; ofri. evēst; oe. æfēst; < pgm. *ab-unstia-.
afgunstig bn. ‘vervuld van nijd’. Mnl. afgunsteghe [1460-80; MNW-R]; vnnl. afgonstich [1562; WNT verf]. Afleiding met het achtervoegsel → -ig.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut