Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afgedonderd - (afgevallen)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

afgebliksemd, afgedieft, afgedokterd, afgedonderd, afgeduiveld bijw., alle vloekwoorden met af = ten einde toe, d.i. praefix met superlat. kracht. Het tweede is vervormd uit afgeduiveld met bijgedachte aan ondieft; het derde is vervormd uit het vierde.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

af’gedonderd bn., flink, enorm (alleen in combinatie met ‘pak slaag’, ‘pak rammel’ e.d.). Het laatste teken van leven, voor de hanen beginnen te kraaien en de cirkel weer begint, is het thuiskomen tegen een uur of drie van droengoeman [S, dronkaard] Rahimal, die op dit late of vroege (?) uur soms nog in staat is zijn vrouw ‘maj’* een afgedonderd pakslaag* te geven (Dobru 1968a: 28. - Etym.: Vgl. WNT (1882): bw. (‘een afgedonderd beroerd geval’). Thans in AN veroud.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut