Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

adonis - (schone jongeling in de Griekse mythologie)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

Adonis [schone jongeling in de Griekse mythologie] {1666} < grieks Adōnis < fenicisch ʼadon [Heer, titel en naam van een god] (vgl. Adonaj, attenoje).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

adonis s.nw.
Beeldskone jong man.
Uit Ndl. adonis (1666 in die vorm Adoon).
Ndl. adonis uit Grieks Adonis, in die Griekse mitologie die naam van 'n beeldskone jong prins op wie Afrodite (Venus) verlief was.

adoons s.nw. (skertsend; ironies)
Bobbejaan.
Vervorm uit adonis, met weglating van die swak beklemtoonde vokaal in die slotlettergreep. Eerste optekening in Afr. by Mansvelt (1884).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

adoons: “bobbejaan”, ironies-skertsende toep. v. d. naam v. d. mooi jongeling, Adonis, i. d. Gr. fabelleer, ook gebr. v. ml. Nie-Blanke.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

Adonis [mooie jongeman]. Adonis is in de Griekse mythologie de naam van een schone jongeling, hartstochtelijk door Venus bemind en, toen hij op de jacht door een ever gedood was, niet minder hartstochtelijk beweend. In de zin van deze mythe willen wij ons hier niet verdiepen. Ik herinner er slechts aan dat in Syrië en Fenicië, en later ook in Griekenland, ter ere van Adonis een jaarlijks feest werd gevierd, vooral gekenmerkt door de luide jammerklachten van de vrouwen. De hoofdzetel van deze cultus was vroeger Byblus in Fenicië, later Amathus op het eiland Cyprus. De naam Adonis is Fenicisch en Hebreeuws en samengesteld uit Adoon, dat ‘heer’ betekent, en het aangehecht voornaamwoord i, met de betekenis ‘mijn’. Adonis was dus oorspronkelijk niet de naam van een bijzondere godheid; elke godheid had Adoon genoemd kunnen worden en in het Hebreeuws werd het woord in de meervoudsvorm Adonai, vooral ook voor de Enige God gebruikt. Voor de Grieken echter had dit woord, dat zij tegelijk met de Adonisfeesten uit het Oosten ontvangen hadden, een zeer bepaalde betekenis. Zonder zich om de oorspronkelijke zin te bekreunen of die zelfs te kennen, dachten velen daarbij alleen aan de schone, door Venus beminde jongeling.

In de moderne talen, ook in de onze, heeft het woord Adonis het karakter van een eigennaam weer verloren en betekent het in het algemeen een jongeling van buitengewone schoonheid en vooral, in scherts, een man die zich inbeeldt mooi te zijn en zich beijvert om zich als zodanig voor te doen, een pronker. De Vries en Te Winkel in het Woordenboek der Nederlandsche Taal geven daarvan een voorbeeld uit ‘Willem Leevend’, dat gemakkelijk met andere te vermeerderen zou zijn geweest. Maar zeer eigenaardig is het gebruik van het woord, als Adoons uitgesproken, in de taal van de Kaapse boeren [het Afrikaans]. Volgens Mansvelts Kaapsch-Hollandsch idioticon noemen zij zo de baviaan, zeker om met zijn afzichtelijke lelijkheid de spot te drijven. [V]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

Adonis (Grieks Adōnis)

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Adónis L. [C. Linnaeus], - genoemd naar den mythol. Cyprischen prins Adônis, een zeer schoone jongeling, voor wien de godin Aphrodītê (Venus) in hartstochtelijke liefde ontbrandde, waarop haar vroegere minnaar Arês (Mars), door jaloerschheid gedreven, bij een jachtpartij een vervaarlijk wild zwijn op Adônis afzond, dat hem doodde. Uit zijn bloed deed Aphrodītê een fraaie bloem ontspruiten.

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Adónis heette een prins uit de Gr. mythologie (z. d. w.), wiens vader koning van Paphos en Cyprus was en wiens moeder, volgens Ovidius, Myrrha heette. Om zijn buitengewone schoonheid werd hij door Aphrodite (Lat. Venus, de godin der liefde) hartstochtelijk bemind. Hij werd doodelijk door een everzwijn gewond, waarbij zijn bloed op een plantje spatte, dat nog heden als Adonis autumnalis (Herfst-Adonis of Kooltje Vuur) bekend is.
Hij is een Adonis, zegt men wel eens schertsend van een jongmensch, dat wel met schoonheid is bedeeld, maar zich daarop veel laat voorstaan en nogal werk van zijn kleedij maakt. Meer nog komt het woord ontkennend voor: hij is geen Adonis, d.w.z. hij is leelijk.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

52. Adonis.

Adonis was volgens de Grieksche sagenleer een buitengewoon schoon jongeling, die door Aphrodite werd bemind. Vandaar dat wij spottend een mooien jongen of een jonkman wel eens een Adonis noemen; ook wordt het gezegd van ‘een pronker, die zich op zijn schoonheid laat voorstaan en overdreven werk maakt van kleeding en opschik’; Ndl. Wdb. I, 819. C. Wildsch. II, 73: Met zoo een gek is niets te beginnen; al waart gij de Godin der liefde zelve geweest, van hem is nooit een Adonis te maken. Ook in het Fr., Hd. en Eng. Van hier het wkw. zich adoniseeren, zich opschikken, mooi maken.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal