Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

adieu - (groet)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

adieu tw., zn. ‘vaarwel’
Mnl. adee, adiu, hadieu [ca. 1475; MNHWS]; vnnl. adieu “vaar wel, Godt geleyde u” [1654; Meijer], aju [1747; WNT Supp. ajuus].
Ontleend aan Frans adieu (tw.) ‘vaarwel’ [12e eeuw], (zn.) ‘vaarwel’ [1588], gevormd uit a ‘aan’ < Latijn → ad- ‘tot, bij’ en dieu ‘god’ < Latijn deus, zie ook → dinsdag.
Voor het aanbevelen aan, in de hoede van God al mnl. godevolen < god bevolen. Ook Engels goodbye < god be with you, god by you.
Lit.: Gelder 1993

EWN: adieu tw., zn. ‘vaarwel’ (ca. 1475)
ANTEDATERING: adieu, ic ga [1350-1400; MNW-R]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

adieu [tussenwerpsel] {adiu, hadieu ca. 1475} < frans adieu [vaarwel] < à Dieu; men beval bij het afscheid iem. aan God aan, vgl. middelnederlands Godevolen [aan God aanbevolen], italiaans addio, spaans adiós; het woord dieu is < latijn deus.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

adie (tw.) tot ziens, adieu; Nuinederlands adee <1477> < Frans adieu (à Dieu).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

adieu (Frans adieu)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

adieu. De eedformule God lieven adieu kan een verbastering zijn van God lieven Heer of een contaminatie van God! en ah Dieu. De betekenis is gelijk aan mijn lieve God! Zij drukt verontwaardiging, ongeloof, irritatie en andere vormen van frustratie uit.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

adieu ‘tussenwerpsel: groet’ -> Negerhollands adjo, adiō, adjoe ‘tussenwerpsel: groet’; Sranantongo adyosi ‘tussenwerpsel: groet’ (uit Nederlands of Spaans); Creools-Engels (Maagdeneilanden) adio ‘tussenwerpsel: groet’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

adieu tussenwerpsel: groet 1475 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut