Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

adelborst - (aspirant-officier bij de marine)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

borst 2 zn. ‘jongeman’
Vnnl. borst ‘vriend, kameraad’ [1601-43; WNT], ‘jonge, kloeke vrijgezelle man’ [1642; WNT].
Ontleend aan Vroegnieuwhoogduits borse ‘studenten-, soldatenhuis’ [15e eeuw], ook ‘bewoner van zo'n huis’ (in het Nieuwhoogduits gesplitst in Burse ‘studentenhuis’, Bursche ‘jonge kerel’), hetzelfde woord als Börse ‘geldbuidel’ en daarmee identiek aan → beurs 1. De -t is in het Nederlands toegevoegd door volksetymologische associatie met → borst 1: het gebruik van de naam van een lichaamsdeel als pars pro toto is in dat geval te vergelijken met dat van kop.
In Duitsland werden huizen waarin men van een gemeenschappelijke beurs (= kas, zie ook → beurs 3) leefde, metonymisch ook borse of burse genoemd. Met name sloeg dat op studentenhuizen, maar ook wel op huizen voor handwerkgezellen of soldaten; dus in elk geval voor jonge mannen. Zo kon het dit woord ook als aanduiding voor de personen zelf dienen en is dan vergelijkbaar met Nederlands beursaal of beursstudent. De oudste Nederlandse vermeldingen hebben al een eind-t en slaan alleen op personen. Daar waar Kiliaan [1599] over bors ‘samenwoning, compagnie’ en borsghesel ‘strijdmakker, huisgenoot’ spreekt, noemt hij deze woorden expliciet Duits.
In het Duits bestaan er nu twee woorden: een vrouwelijk Burse is blijven bestaan als ‘studentenhuis’; daarnaast is door de betekenisuitbreiding naar mannelijke personen die Burse als meervoud opgevat met als gevolg een nieuw mannelijk woord Bursche ‘jonge kerel’, waarbij de sch klankwettig uit s is ontwikkeld.
adelborst zn. ‘cadet bij de Marine’. Vnnl. in de meervoudsvorm adelborsten ‘onderofficieren’ [1572; WNT Supp.], adel-borst ‘jonker’ [1578; Stall. I, 12], ‘aspirant-officier op een schip’ [1598; WNT Supp.]; als officiële rangaanduiding in de marine vanaf 1813. Samensteling met een eerst lid → adel.

EWN: borst 2 zn. 'jongeman' (1601-43)
ANTEDATERING: mnl. borsten 'jonge mannen' [1480; MNHWS]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

adelborst [cadet bij de marine] {1591 in de betekenis ‘jonker, jonker die krijgsdienst verricht’; als rang bij de marine 1813} van adel + borst2, hetzelfde als edelknaap.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

borst

De vraag of borst: lichaamsdeel en borst: jonkman hetzelfde woord is, moet ontkennend worden beantwoord. Het eerste woord borst, waarnaast het Duits Brust en het Engels breast heeft, staat wellicht in verband met een werkwoord dat: uitbotten, ontspruiten, zwellen betekende en waarvan ook boos familie is. Wie boos is ‘maakt zich dik’.

Het woord borst: jonkman, nog heel gewoon in de samenstelling adelborst, is het Duitse Bursche, ontstaan uit Latijn bursa dat voortleeft in ons beurs. Bursa betekende: de gemeenschappelijke kas van een groep studenten en vandaar: de groep zelf en tenslotte: elk der leden van de groep. Op dezelfde manier is het Duitse Frauenzimmer: vrouwenvertrek gaan betekenen: vrouw.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

adelborst znw. m., mnl. adelborst ‘jonge man van edele afkomst’, later (in de 16de eeuw) ‘jonker, die krijgsdienst verricht’. Samengesteld uit adel en borst 2.

Gelijksoortige samenstelling is mnl. adelsone, mhd. adelsun, mnd. adelkint, ‘een kind van edele geboorte’. — Voor de vraag, of in deze gevallen adel een znw. of een bnw. is, zie v. Lessen, Samengest. naamw. 54 vlgg. en v. Haeringen. Suppl. 4.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

adelborst znw., sedert het laat-Mnl. Samenst. van adel en borst II. Mnl. = “jonge edelman”, dan speciaal “jong adellijk krijgsman”: Kil. adelborst “miles generosus, egregius, primarius”. Vgl. mnl. ādelsōne, mhd. adelsun m., mnd. ādelkint o. “zoon (kind) van edele, vrije geboorte”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

adelborst. Het is overbodig, om met v.Lessen Samengest. Naamw. 54 vlgg. in het eerste lid een niet-umgelautete vorm van het bnw. edel te zoeken, althans (wegens het late voorkomen van het woord) te vermoeden dat het gevormd is naar het voorbeeld van oudere woorden, als mnl. ādelsōne m., waarin ādel- bnw. zou zijn.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

adelborst m., + Nhd. adelbursch, samenstelling van adel (z. adelaar) met borst 2 (z.d.w.) = een jongeling van adel die zich aan den krijgsdienst wijdt, thans aspirant-zeeofficier.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

adelbors s.nw.
1. (verouderd) Onderoffisier van 'n lae rang, of mntl. gegoede jongman wat diens doen op 'n skip om die seemansvak te leer. 2. Vlootkadet.
Uit Ndl. adelborst (1598 in bet. 1, 1793 in bet. 2), 'n samestelling van adel 'edel' en borst 'jongeling, knaap'. In bet. 1 reeds by Van Riebeeck (1651 - 1662).
Ndl. borst uit D. Burst uit Latyn bursa 'krygsdiens wat deur 'n jongeling verrig moet word as vergoeding van studiekoste'.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Adelborst, benaming voor de leerlingen van het opleidingsinstituut voor zeeofficieren, en ook voor de officieren ter zee laagsten rang (nl. Adelborst Ie klasse = 2e luitenant bij de landmacht). De bet. is eigenlijk: knaap (borst, hgd. Bursche) van adel, of van hooge geboorte; de adelborsten worden nog aangesproken met den titel Jonker, evenals dit bij de kadets geschiedt. Vroeger ook bij ’t landleger. Bij Hooft leest men, Ned. Hist. 1085: “Daar klaaghde Helmich oover de gansche troep, uitgezeidt L. B. v. L., vendrigh, en Pieter Fransois, adelborst;” op bl. 1084 noemt hij een adelborst: Gijzeler Frieze v. Hottinger, blijkbaar een adellijk jongmensch. De bet. van leerlingen ter zee vindt men reeds Valentijn, O.-Ind. V, 217 b: “Kornelis Houtman (ging) met 9 Adelborsten aan land”.
Vroeger was de bet. ruimer; Kil. geeft er voor: miles generosus, egregius, primarius. In den krijgsdienst bestond vroeger nog een derg. titel, nl. edellieden van het geschut of van de Artillerie (in navolging zeker van ’t fra. gentils hommes d’artillerie); wij vinden dien b.v. in ’t Gr. Placaatboek, ten jare 1599: “Edelluyden van ’t Geschut.. . Soo vele den Edelluyden van de Artillerye aangaat, de selve sullen .... d’ opsichte ende conduicte hebben van het grof Geschut ende equippage van dien” (2, 333). Gr. Placaatb. 3, 184 a. in een plak. van 1674 noemt een “Corporaal der Adelborsten”, en “Adelborsten” die boven den lanspassaat in rang stonden.
In de Keuren van Leyden bl. 85 worden de Adelborsten genoemd in deze volgorde van rangen: Wachtmeesters, Corporaals, Kwartiermeesters, Adelborsten, Rotmeesters.
In het mnl. wordt het woord adelborst niet gevonden, maar wel adelsone, edelgeboren zoon; ook adelbroeder.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

adelborst ‘aspirant-officier bij de marine’ -> Duits Adelbursche ‘zeekadet’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

adelborst aspirant-officier bij de marine 1813 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal