Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ad- - (voorvoegsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

ad- voorv.
Dit is oorspr. het Latijnse voorzetsel en voorvoegsel ad(-), voor bepaalde medeklinkers geassimileerd tot a- plus diezelfde medeklinker, waarna de twee gelijke medeklinkers soms weer tot één gereduceerd werden (*ad-spect- > *as-spect- > aspect). De betekenis van het voorzetsel is ‘naar, op, tot’.
Het Latijnse voorzetsel is verwant met: os. at; ohd. az; ofri. et; oe. æt (ne. at); on. at; got. at.
In de Romaanse talen heeft Latijn ad zich ontwikkeld tot Frans a, Italiaans, Spaans, Portugees a. In de overige Indo-Europese talen heeft ad geen verwanten.
Als voorvoegsel komen ad- en zijn vormvarianten alleen voor in Latijnse leenwoorden, die al dan niet via het Frans en soms ook het Engels in het Nederlands zijn terechtgekomen. Voorbeelden zijn: → adjudant, → adoptie, → advertentie, met assimilatie → acclimatiseren, → accent, → affectie, → agressie, → akkoord, → annuleren, → appreciëren, → arriveren, → aspect, → assertief. De dubbele Latijnse medeklinkers werden in het Oudfrans gereduceerd tot enkele. Later werd bij deze woorden soms weer de oorspr. spelling ingevoerd. In het Engels, dat in de Middeleeuwen zoveel woorden uit het Frans had overgenomen, gebeurde dat nog meer. Zo konden verschillen ontstaan als Nederlands adres < Frans adresse tegenover Engels address, en Nederlands agressie < Frans agression tegenover Engels aggression.
De betekenis van het voorvoegsel in de Latijnse bronwoorden is meestal ‘naar, tot’, zoals in bijv.admissie, → adres), ook wel ‘bij’ (toevoeging of positioneel), zoals in bijv.adhesie, → affiniteit, → accumulator, → acquisitie. Daarnaast vormt ad- causatieve werkwoorden, zoals bij amortiseren (zie → amortisatie), → arresteren, → assimileren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ad- [voorvoegsel in woorden van lat. herkomst] {vgl. advent 1236} < latijn ad- met de betekenis ‘naar iets toe, tot, bij, gedurende, tegen, volkomen’, voor een klinker en voor d, h, j, m, v: ad-, voor sc, sp, st: a-, voor c, f, g, l, n, p, q, r, s, t: ac-, af-, ag-, al-, an-, ap-, ar-, as- en at-; verwant met gotisch at, oudhoogduits az, oudfries et, it, engels at.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ac- (Latijn ac- of Frans ac-)
ad (Engels ad)
ad- (Latijn ad- of Frans ad-)
af- (Latijn af- of Frans af-)
ag- (Latijn ag- of Frans ag-)
ak- (Latijn ac- of Frans ac-)
al- (Latijn al- of Frans al-)
ap- (Latijn ap- of Frans ap-)
ar- (Latijn ar- of Frans ar-)
as- (Latijn as- of Frans as-)
at- (Latijn at- of Frans at-)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Ad- (Lat.; praep. en eerste lid in samenstellingen; de d wordt vaak geassimileerd aan den er op volgenden medeklinker, soms ook weggelaten; b.v. adsp. wordt asp.). 1. Geeft de richting van beweging aan naar iets toe, tot, naar… toe; 2. bij, aan; 3. zonder duidelijke betekenis.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal