Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

actief - (bedrijvig, werkzaam)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

actief bn. ‘bedrijvig, werkzaam’
Vnnl. actief ‘voortvarend, bedrijvig’ [1580; WNT], actif “werckerlijck” [1650; Hofman], ook “vernuftelijck” [1654; Meijer]; nnl. actief ‘werkzaam (van stoffen)’ [1889; WNT], (taalkundig) ‘bedrijvend’ [1937; WNT].
Ontleend aan Frans actif ‘werkzaam, bedrijvig’ [1160] < middeleeuws Latijn activus bij het Latijnse zn. āctum ‘daad, handeling’, verl.deelw. van agere ‘handelen’ (waaruit → ageren).
activeren ww. ‘werkzaam maken, aanwakkeren’. Nnl. activeeren ‘id.’ [1933; WNT Supp.]. Ontleend aan Frans activer [15e eeuw]. ♦ activiteit zn. ‘werkzaamheid, bedrijvigheid’. Nnl. activiteyt ‘werkzaamheid’ [1747; WNT Supp.], ‘bedrijvigheid’ [1872; Dale]. Ontleend aan Frans activité [1425]. ♦ activist zn. ‘iemand die politiek actief is’. Nnl. activisten ‘Duitsgezinde Zweden in de Eerste Wereldoorlog’ [1915; Groene Amsterdammer], ‘Duitsgezinde Vlamingen in de Eerste Wereldoorlog, aanhangers van het Vlaamse activisme’ [1916; WNT Supp.], pas veel later ook buiten deze context activist ‘iemand die politiek (maar buitenparlementair) actief is’ [1984; Dale NN]. Zowel in het Frans als in het Nederlands en het Zweeds tegelijk opgekomen term voor ongeveer hetzelfde begrip. ♦ actief zn. als grammaticale term ‘bedrijvende vorm’, zie → voorwerp.

EWN: actief bn. ‘bedrijvig, werkzaam’; de betekenis 'bedrijvend' (1937)
ANTEDATERING: "actieve" ("bedrijvende") vorm [1846; Brill, 508] (1937)
EWN: ♦ activeren ww. ‘werkzaam maken, aanwakkeren’ (1933)
ANTEDATERING: activeren 'aanwakkeren' in De Smeltoven wordt ... geactiveerd [1837; Ts.Nijverheid 4, 253]
EWN: ♦ activiteit zn. ‘werkzaamheid, bedrijvigheid’ (1747)
ANTEDATERING: geen Activiteit hadden 'niet in functie waren' [1727; E.Mercurius 2, 160]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

actief [werkzaam] {actijff 1580} < frans actif < latijn activus [actief, praktisch], van agere (verl. deelw. actum) [doen, handelen] (vgl. acteur).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Actief (Lat. actívus = werkzaam; → actie). Werkend, werkzaam; b.v. actieve stoffen, radio-actief.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

actief ‘werkzaam, energiek’ -> Indonesisch aktip, aktif ‘werkzaam, energiek’; Menadonees aktif ‘werkzaam, energiek’; Minangkabaus aktip ‘werkzaam, energiek’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

actief werkzaam 1580 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut