Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

acteur - (toneelspeler)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

acteur zn. ‘toneelspeler’
Vnnl. acteur “die een speelder is in een spel oft een clagere oft aenlegghere in recht”, ‘degene die een speler is in een spel ofwel een aanklager of eiser in het recht’ [1553; Werve], ‘bedrijver, bewerker, speler, pleiter’ [1658; Meijer].
Ontleend aan Frans acteur ‘toneelspeler’ [1664; Rey], eerder ook ‘aanklager’ [16e eeuw; Rey] < Oudfrans actor < Latijn āctor ‘toneelspeler, handelend persoon’, nomen agentis bij agere ‘handelen, doen’ (waaruit → ageren). Het Vroegnieuwnederlands kende actoor, actoir, acteur in de betekenis ‘eiser (in rechte)’ [1517; MNHWS].
acteren ww. ‘toneelspelen’. Nnl. acteren [1843; WNT]. Nederlandse afleiding van Frans acte ‘handeling, toneelstuk’ [1553].

EWN: acteur zn. ‘toneelspeler’ (1553)
ANTEDATERING: acteur 'schrijver' [1503; iWNT verblijding]
EWN: ♦ acteren ww. ‘toneelspelen’ (1843)
ANTEDATERING: kunstig "acteeren" [1783; Marmontel, **3r]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

acteur [toneelspeler] {1658 in de betekenis ‘bedrijver, bewerker, speler, pleiter’; een oudere betekenis was ‘eiser’ 1517} < frans acteur < latijn actor [handelend persoon, toneelspeler], van agere (verl. deelw. actum) [handelen, doen].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

acteur (zn.) toneelspeler; Nuinederlands acteur <1553> < Frans acteur.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

acteur (Frans acteur)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

acteur ‘toneelspeler’ -> Indonesisch aktor ‘toneelspeler; instigator’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

acteur toneelspeler 1553 [Vd Werve] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut