Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

achtervoegsel - (suffix)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

achtervoegsel zn. ‘suffix’
Nnl. agter-voegsel [1723; Kate].
Leenvertaling van Latijn suffix < suffīxum, verl.deelw. van suffīgere ‘onder of achter aanhechten of bijvoegen’), gevormd uit → sub- en fīgere ‘vasthechten’, zie → fixeren en het verwante → dijk.
Eerdere pogingen tot leenvertaling waren vnnl. volgher [1584; Twe-spraack], naer-volgend hecht-woort [1633; Heule] of ledeken [1675; Heldoren]. Het Fries heeft in deze betekenis efterheaksel.
Lit.: J. van Heldoren (1675) Een nieuwe en gemakkelijke Engelsche Spraak-konst, Amsterdam; Ruijsendaal 1989

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut