Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

acht - (telwoord)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

acht 1 telw. ‘8’
Onl. ahto [8e eeuw; LS]; mnl. acht [1236; CG I, 29].
Os. ahto (nnd. acht); ohd. ahto (nhd. acht); ofri. achta (nfri. acht); oe. eahta (ne. eight); on. átta (nzw. åtta); got. ahtau; < pgm. *ahtau.
Buiten het Germaans verwant met Latijn octō; Grieks oktṓ; Sanskrit aṣṭáu, aṣṭá; Avestisch ašta; Litouws aštuonì; Oudiers ocht; Albanees tetë (< *oḱtō-ti-); Tochaars A okät, B okt; uit pie. *h3eḱteh3(u)-. De pie. vorm was wrsch. een oude dualisvorm. Volgens een verklaring behoort het woord bij de wortel pie. *oḱ- ‘puntig’ (< *h3oḱ-?). Het idee is dat er een woord *ok-tom ‘de vier vingers’ zou hebben bestaan. In de dualisvorm *oḱtō- zou dan tweemaal vier vingers (zonder de duim) aangegeven zijn. Toch is dit alles heel onzeker.
Lit.: O. Szemerényi (1960) Studies in the Indo-European System of Numerals, Heidelberg, 173; Philippa 1987

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

acht3* [telwoord] {acht(e) 1230-1231} oudhoogduits ahto, oudfries ahta, oudengels eachta, gotisch ahtau; buiten het germ. latijn octo, grieks oktō, oudindisch aṣṭā, aṣṭau. De uitdrukking acht is meer dan duizend [goed opletten is veel waard] is een woordspeling tussen acht2 [aandacht] en het telwoord acht.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

acht 2 telw. mnl. achte, os. ahto, ohd. ahto, ofri. achta, acht(e), oe. eahta, on. ātta, got. ahtau. — lat. octō, gr. oktṓ, iers ocht, oi. aṣtau, lit. asztuonì.

De idg. vorm is een dualisvorm, en betekent dus een tweetal van vier; men heeft vermoed: de vier vingers van de hand (F. Muller, IF 44, 1927, 137).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

acht II telw., mnl. achte. = ohd. os. ahto (nhd. acht), ofri. achta, acht(e), ags. eahta, on. âtta, got. ahtau. Alg. idg. evenals alle telwoorden van 2 tot 10: ier. ocht, lat. octo, gr. oktṓ, obg. osmĭ (substantivische afl.) lit. asztůnì, arm. utc, oi. aṣṭấ(u). Idg. *oḱtô(u) is ospr. een dualis = “2 viertallen”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

acht II telw. Bij ier. ocht enz. adde: toch. A okat, B okt.
Men heeft wel vermoed, dat dit telwoord zou berusten op een telling naar de vingers, en op grond daarvan een idg. substantief geconstrueerd, dat de vier vingertoppen van de hand (zonder duim) aanduidde. Van dit substantief zou dan idg. *oḱtó(u) de dualis zijn. Zulk een uiteraard onzekere hypothese bij F.Muller IF. 44, 137. De bijzonderheden van deze reconstructie vallen buiten het bestek van een nederlands etymologicon, evenals de veel gewaagder verklaringen, die Bremer Streitberg-Festgabe 20, en Güntert WuS. 11, 142 van de dualisvorm geven.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

acht 1 telw., Mnl. acht(e), Os. ahto + Ohd. ahto (Mhd. ahte, Nhd. acht), Ags. eahta (Eng. eight), Ofri. achta, On. átta (Zw. åtta, De. otte), Go. ahtau + Skr. aṣṭāu, Arm. utʻ, Gr. oktṓ, Lat. octo, Oier. ocht, Osl. osmĭ, Lit. asztůnì: ontleding van het woord is niet mogelijk; zeker is ’t een duaal.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

ach (telw.) acht; Aajdnederlands ahto <701-800>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

agt telw. Ook ag.
Nege minus een.
Uit Ndl. acht (al Mnl.).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ag III: – agt – , telw.; Ndl. acht (Mnl. achte), Hd. acht, Eng. eight, Got. ahtau, Lat. octo, Gr. oktō, eint. ’n dual. = “2 viertalle”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

acht ‘telwoord’ -> Negerhollands acht, ak, agt ‘telwoord’; Berbice-Nederlands akti ‘telwoord’; Skepi-Nederlands akt ‘telwoord’; Sranantongo acht ‘telwoord’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

acht* telwoord 0701-800 [Lex Salica]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

45. Acht is meer dan duizend.

Een schertsende woordspeling met het telwoord acht, in de beteekenis van zorgvuldige behartiging zijner zaken, b.v. goed acht slaan op zijn zaken is veel waard; Harreb. I, 9. Ook in het Nederduitsch komt deze zegswijze voor; zie Eckart, 4: Acht is mehr as Dûsend, Acht geben ist besser als Tausende besitzen; Ten Doornk. Koolm. I, 5 b; Taalgids IV, 241; Volgens Seiler, 177 beteekent het hd. Acht ist mehr als Tausend ‘Achtung bei den Menschen ist mehr wert als Geld’; in het Friesch zegt men: acht is mear as njuggen (negen); in Groningen: acht is meer as doezend (Molema, 81 a).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut