Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

acht - (aandacht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

acht 2 zn. ‘aandacht’
Mnl. achte ‘aandacht’ in die uus slaet cleyn achte ‘die weinig aandacht aan ons besteedt’ [ca. 1350; MNW]; nnl. acht ‘aandacht’, met name in combinatie met de werkwoorden geven en slaan.
Mnd. achte ‘aandacht, achting’; ohd. ahta ‘overleg, oordeel, aanzien’ (nhd. Achtung ‘aanzien’); ofri. achte ‘gerecht, voorstel voor vonnis’ (nfri. acht); oe. eaht, æht ‘overleg’; < pgm. *ahtō. Daarnaast zonder -t- got. aha ‘verstand’, ahma ‘geest’, bij de wortel pgm. *ah- ‘verstand’. Afgeleide werkwoorden zijn: os. ahtōn ‘letten op, geloven’; ohd. ahtōn ‘overwegen, bedenken’ (nhd. achten ‘achten’); ofri. achta, echta ‘oordelen, taxeren’ (nfri. achtsje); oe. eahtian ‘waarderen, oordelen, overdenken’; < pgm. *ahtōn-, en de varianten on. ætla ‘menen, geloven, van plan zijn’ < pgm. *ahtilōn- en got. ahjan ‘menen’.
Verwantschap buiten het Germaans is onzeker. Het meest voor de hand ligt een verband met pie. *h3ekw- ‘zien, oog’, maar dan zou in het Gotisch *ahwa moeten staan. Het is mogelijk dat deze taal -hw in -h- veranderd heeft vanwege de homonymie met ahwa ‘water’ (zie → a), en de invloed van ahma en ahjan, waar het labiale element wel kon verdwijnen. Deze hypothese is echter zeer dubieus. Wellicht is er eerder een verband met pie. *h2ek- ‘scherp’ en vandaar ‘scherpzinnigheid’.
achten ww. ‘acht geven op; menen; achting voelen’. Mnl. achten ‘nadenken; menen, denken; een zekere waarde toekennen’ [1265-70; CG II, Lut.K] in Dat es daer ic meest vp achte ‘dat is waar ik het meest op let’ [1285; CG II, Rijmb.]; nnl. achten ‘acht geven op, menen, achting voelen’. Afleiding van acht.

EWN: acht 2 zn. 'aandacht' (ca. 1350)
ANTEDATERING: alse ogte ... hi engene achte op heme en hadde 'alsof hij aandacht voor hem had' [1290-1310; MNW-P]
EWN: ♦ achten ww. 'acht geven op; menen; achting voelen' (1265-70)
ANTEDATERING: onl. *ahton 'respecteren' in: mallobergo reapten(a) (lees: neahtena) 'gerechtelijk "niet respecteren"' [507-768 (kopie 751-68); ONW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

acht2* [aandacht] {achte [opmerkzaamheid, aandacht, achting, sociaal aanzien] ca. 1350} oudhoogduits ahta [opmerkzaamheid], oudengels eaht [beraadslaging], een en ander met latere t -formatie, vgl. gotisch aha [geest, verstand], ahjan [menen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

acht 1 znw. v., ‘opmerkzaamheid’ (in uitdrukkingen als achtslaan, in acht nemen), mnl. achte, acht ‘opmerkzaamheid, overleg, mening’, mnd. achte ‘opmerkzaamheid, achting, overleg, rechtsdistrict’, ohd. ahta ‘opmerkzaamheid, aandeel’, ofri. achte ‘voorstel van een vonnis’, acht v. ‘gerechtshof’, oe. eaht ‘beraadslaging’. — zie: achten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

acht I (acht slaan, geven, in acht nemen), mnl., oudnnl. achte (acht) v. “opmerkzaamheid, overleg, beraad, meening”. = ohd. ahta v. “opmerkzaamheid, oordeel” (nhd. acht), mnd. achte v. “opmerkzaamheid, achting, overleg, besluit, corporatie, rechtsdistrict”, ofri. achte v. “voorstel over een vonnis”, acht v. “gerechtshof”, ags. eaht v. “beraadslaging”. Hierbij de ww. achten, mnl. achten “overleggen, geven om, meenen, besluiten, schatten”, (onfr. ahtinga v. “numerum"), ohd. ahtôn (nhd. achten), os. ahton “letten op, overwegen”, ahtian “houden voor”, ofri. achtia “overleggen”, achta, echta “een rechtsoordeel uitspreken, taxeeren, verdeelen, als betaling geven”, ags. eahtian “overwegen”, eahtan “beoordeelen”, on. æ̂tla (*axtilôn) “meenen”, misschien ook met prefix ʒa-: on. gæ̂ta “passen op, hoeden”. De t is formantisch blijkens got. aha m. “geest, verstand”, ahjan “meenen”, ahma m. “geest”, waarbij eventueel nog on. “acht geven”. Een got. t-formatie heeft men in fris-ahts v. “beeld, voorbeeld” willen zien (onwaarsch.). Verwantschap met den wortel oq-, “zien” (zie oog) is wegens got. aha (en niet *ahwa) onaannemelijk, de combinatie met gr. oknéō “ik talm” is mogelijk, maar onzeker.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

acht I. On. ‘acht geven’ hoort niet in dit verband.
Verwantschap met de bij oog besproken wortel is ook na Petersson Idg. Heterokl. 219 vlg. niet waarschijnlijk.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

acht 2 v. (zorg), Mnl. acht + Ohd. ahta (Mhd. ahte, Nhd. acht), Ags. eaht, On. ww. akta: oorspr. onbek.; men wil het brengen tot Ug. wrt. ah (van waar Go. aha = verstand), Idg. wrt. ok, paron. van wrt. oq (van waar Lit. akylas = voorzichtig, en Gr. óssomai = een voorgevoel hebben).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2ag s.nw.
Oplettendheid, aandag.
Uit Ndl. acht (al Mnl.). Ndl. acht het ontstaan uit die wortel ah 'verstand, gees, denke', met die grondbetekenis van acht, ooreenkomstig die afleiding, 'werking van die denkvermoë, gedagte, aandag, oplettende waarneming en beskouing'.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Acht (acht geven) komt van een Germ. wortel ah = meenen, denken, in ’t Got. aha = verstand; ahjan = gelooven. De Idg. wortel is ok of oq met de grondbeteekenis: zien (vgl. ons oog) en duidt dus op vóórzien, vóórzichtig zijn.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

acht ‘aandacht’ -> Deens agt ‘doel, eer, aandacht, (militair) klaar voor een commando’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors akt ‘aandacht, eer’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds akt ‘verscherpte aandacht, alertheid’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

acht* aandacht 1350 [HWS]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut