Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ach - (uitroep van smart)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ach tw. uitroep van smart.
Mnl. ach [1265-70; CG II, Lut.K].
Os. ah (mnd. ach); ohd. ah (nhd. ach); nde. ak, nzw. ack (beide wrsch. < mnd. ach).
Misschien horen hierbij ook Latijn ah en Russisch ach.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ach* [tussenwerpsel] {1265-1270} oudhoogduits ah (hoogduits ach), engels ah, deens ak; buiten het germ. latijn ah, russisch ach; een klankwoord.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ach tw., mnl. ach, nhd. ach, de. ak, — lat. ah, russ. ach. Een zuiver klankwoord, vgl. och.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ach tusschenw., mnl. ach. Onomatopoëtisch, evenals ohd. ah, nhd. ach, de. ak, russ. ach, lat. ah, mnl. wach enz.; zie och.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ach tuss., natuurklank die in alle talen voorkomt.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

4ag tw.
1. Uitroep van smart, angs of bejammering of waarmee misnoeë te kenne gegee word. 2. Uitroep van tederheid. 3. Uitroep van ongeloof of verwonderde belangstelling.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. ach (al Mnl.). Bet. 3 het in Afr. self ontwikkel.
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1833 in bet. 1) en vanuit Afr. in S.A.Eng. (1892 in bet. 3, 1963 in bet. 2).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ag I: uitr.; Ndl. ach (Mnl. ach), Hd. ach, Lat. ah, wsk. kn.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

ach. Dit tussenwerpsel, dat zelf geen vloek is, wordt vaak gebruikt als versterking van uitroepen en ter uiting van alle graden en wijzigingen van gemoedsaandoeningen, zoals weemoed, droefheid, medelijden, angst, vrees, vertedering enz. Dikwijls wordt ach gevolgd door een verkorte, elliptische volzin, die slechts uit enkele woorden bestaat en een uitroep behelst die de oorzaak van het smartgevoel aanduidt. Ik noteerde uit recent enquêtemateriaal: ach grutjes; ach gut; ach jee(tje); ach Jezus mijn God!

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ach ‘uitroep die verdriet, weemoed, berusting aangeeft’ -> Engels ag ‘uitroep die verdriet, weemoed, berusting aangeeft’ ; Engels ach ‘uitroep van verbazing’; Deens † ak ‘uitroep die verdriet, weemoed, berusting aangeeft’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors akk ‘uitroep die verdriet, weemoed, berusting aangeeft’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds ack ‘uitroep die verdriet, weemoed, berusting aangeeft’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans dialect ach ‘uitroep die spijt, verdriet aangeeft’; Indonesisch akh, ah ‘in één woord, om kort te gaan’; Ambons-Maleis ah ‘uitroep die verdriet, weemoed, berusting aangeeft’; Papiaments ag! ‘uitroep die verdriet, weemoed, berusting aangeeft’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ach* tussenwerpsel: uitroep van droefheid 1265-1270 [CG Lut.K]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut