Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

accommodatie - (geschikte inrichting)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

accommodatie zn. ‘geschikte inrichting’
Vnnl. accommadacie “toegeuinghe” [1503; Boutillier], accommodatie “behelpsaemheyt” [1585; Thuys], accom(m)odatie ‘regeling’ [1624; WNT]; nnl. ‘aanpassing’ [1919; WNT], ‘inrichting’ [1932; WNT], ‘verblijf’ [1933; WNT].
Ontleend aan Frans accommodation ‘aanpassing, inrichting’ [1566] < Latijn accommodātio ‘het in overeenstemming brengen’, bij het werkwoord accomodāre ‘toevoegen, in overeenstemming brengen’, van het bn. accommodus ‘geschikt, passend’, gevormd uit → ad- ‘tot, bij’ en commodus ‘passend’ (zie ook → commode), gevormd uit → com- ‘samen’ en modus ‘maat’, zie → mode.
De betekenis ‘verblijfsruimte(n)’ bestaat in het Frans niet en kan aan het Engels zijn ontleend: vne. accommodation [1604] heeft deze betekenis vanaf de eerste attestatie. Aangezien accommoderen in de betekenis ‘inrichten voor bemanning, gasten’ al vroeg geattesteerd is, is het ook goed mogelijk dat het Nederlands deze betekenis zelfstandig ontwikkeld heeft.
accommoderen ww. ‘inrichten voor bemanning of gasten’. Vnnl. accommoderen “toeuoeghen” [1553; Werve], ‘beschikken’ [1553; Mussem], accommodeeren ‘regelen, aanpassen’ [1568; WNT approprieeren], ‘inrichten voor bemanning, gasten enz.’ [1598; WNT]. Ontleend aan Frans accommoder < Latijn accomodāre.

EWN: accommodatie zn. ‘geschikte inrichting’; de betekenis 'inrichting' (1932)
ANTEDATERING: ruime accomodatie voor twee volwassenen (in boot) [1888; NvdD 19/5]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

accommodatie [aanpassing] {1624} < frans accommodation [het naar iets schikken], van latijn accommodare (verl. deelw. accommodatum) [voegen, in overeenstemming brengen], van accommodus [geschikt, passend], van ad [bij, aan] + com- [samen] + modus [maat, manier] (vgl. mode).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

akkommodasie s.nw.
1. Losies, huisvesting, verblyfplek. 2. Fisiologiese aanpassing van die sintuie, bv. van die oog, waardeur dit outomaties voorwerpe op verskillende afstande kan sien. 3. Ruimte of plek, bv. vir passasiers op 'n vaar- of vliegtuig. 4. (ekonomie) Fasiliteite om geld op krediet te verkry.
In bet. 1 - 3 uit Ndl. accommodatie (1624 in bet. 1 en 2, 1932 in bet. 3). In bet. 4 uit Ndl. accommodatie of Eng. accommodation (1790). Eerste optekening in vroeë Afr. in bet. 1 op 5 Junie 1653 in die aanhaling "tot accommodatie van de siecken" (Resolusies van die Politieke Raad, C.1).
Ndl. accommodatie en Eng. accommodation uit Fr. accommodation uit Latyn accommodatio 'aanpassing, hoflikheid, inskiklikheid'.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

accommodatie ‘aanpassing’ (Frans accommodation); ‘huisvesting’ (Engels accommodation)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Accommodatie (Lat. accommodátio = het zich voegen naar; accommodáre = iets aan zich aanpassen, naar iets schikken; < → ad- (2), + commodáre = behoorlijk inrichten; cómmodus = volgens de maat, passend, geschikt; < → com-, + módus maat). Aanpassing; spec. van het oog aan den afstand van het object. Het bijbehorend werkwoord is accommoderen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

accommodatie ‘aanpassing’ -> Indonesisch akomodasi ‘aanpassing’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

accommodatie aanpassing 1624 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal