Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

accident - (ongeluk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

accident [ongeluk] {1503} < frans accident < latijn accidens (2e nv. accidentis) [toeval, kans], eig. teg. deelw. van accidere [voorvallen, gebeuren], van ad [bij, op, tot] + cadere (in samenstellingen -cidere) [vallen].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

eksedent zn. o.: steenpuist. Door volksetymologische verwarring met excedent ‘overschot’ voor accident. Kiliaan (1599) vermeldt accident al als ‘smart, leed’ met de woorden ‘id quod morbo accidit’, dus ‘wat door ziekte gebeurt’. Het WNT staaft de betekenis ‘wonde’ met de volgende citaten: 1617 die een verholen accident draeght onder haer kleeren; 1739 zwaare toevallen van gangrene en andere accidenten. Uit Fr. accident ‘ongeluk’ < Lat. accidens ‘toeval, kans’, teg. dw. van accidere ‘gebeuren’. Het voorvoegsel ex- komt in volkstaal wel meer voor door verwarring, b.v. Wvl. excessen voor accessen, extrement voor instrument.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal