Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

absurd - (onzinnig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

absurd bn. ‘onzinnig’
Vnnl. Ghy en hoord niet absurders ‘gij hoort niets absurders’ [1548; WNT Supp.], absurd [1577; WNT], absurd ‘ongerijmd’ [1650; Hofman].
Al dan niet via Frans absurde [12e eeuw] ontleend aan Latijn absurdus ‘ongerijmd’, oorspr. ‘onwelluidend’, gevormd uit → ab- ‘weg van’ en de stam van susurrus ‘gefluister’, die ook voorkomt in surdus ‘doof’. Uit het Latijn stamt de uitdrukking ad absurdum ‘tot in het ongerijmde’.
absurditeit zn. ‘ongerijmdheid’. Vnnl. absurditeit ‘id.’ [1658; Meijer]. Ontleend aan Frans absurdité [1375] < Laatlatijn absurditās.

EWN: ♦ absurditeit zn. ‘ongerijmdheid’ (1658)
ANTEDATERING: absurditeyten 'onzinnigheden' [1637; iWNT convinceeren]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

absurd [ongerijmd] {1548} < frans absurde of direct < latijn absurdus [onwelluidend, vals, ongerijmd], van ab [weg van, on-] + een 2e lid dat verwant is met susurrare [gonzen, fluisteren]; de betekenis is dus ‘afwijkend van de toon’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

absird, bn.: moedwillig, grof, onredelijk. Door u/i­-ontronding uit absurd ‘dwaas, ongerijmd, onverstandig’ < Fr absurde, Lat. absurdus.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

absurd (Latijn absurdus of Frans absurde)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Absurd (< Lat. absurdus; lett. van den gewonen klank afwijkend; vd. onzinnig; ongerijmd). Ongerijmd. Men voert een bewering ad absurdum, door er een gevolgtrekking uit af te leiden, waarvan de ongerijmdheid moet worden erkend.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

absurd ‘ongerijmd’ -> Indonesisch absurd ‘ongerijmd’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

absurd ongerijmd 1548 [WNT] <Frans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut