Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

abrupt - (kort afgebroken, opeens)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

abrupt bn. ‘kort afgebroken, opeens’
Vnnl. abrupt “plotselijk” [1650; Hofman].
Ontleend aan Frans abrupt ‘steil, kortaf’ [1512], dat teruggaat op Latijn abruptus, verl.deelw. van abrumpere ‘afbreken, losscheuren’, gevormd uit → ab- ‘af, vanaf’ en rumpere ‘breken’, verwant met → roven.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

abrupt [opeens, plotseling plaatshebbend] {1650} < frans abrupt < latijn abruptus [steil, stug; (te) kort; plotseling, overijld], bn., eig. verl. deelw. van abrumpere [afbreken], van ab [af] + rumpere [breken].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

abrupt plotseling plaatshebbend 1650 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut