Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

abrasa - (naam voor de boomwurgers, liaansoorten)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

abra’sa (de, -’s), naam voor de boomwurgers, een aantal liaansoorten behorende tot de Bospapajafamilie* en de Savannemangrofamilie*. De abrasa onttrekt niets aan de gastheer, maar onthoudt hem met de dichte kroon van grote bladeren licht, terwijl de wortels hem ernstige voedselconcurrentie aandoen (WB e.a. 82). - Etym.: S (abrasa = lett. hij omarmt).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut