Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

abraham - (pop bij een vijftigste verjaardag)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

abraham [speculaaspop gegeven aan mannen bij hun 50e verjaardag, omdat zij ‘Abraham gezien hebben’] {1926-1950} < latijn Abraham, naar Johannes 8:57-58: ‘Gij zijt nog geen vijftig jaar en hebt gij Abraham gezien?’; de naam is geleend < hebreeuws ʼābhrām, van ʼābh [vader] + rām [hoog, verheven], waarschijnlijk: de Vader (God) is verheven, vgl. arabisch Ibrāhīm. De uitdrukking weten waar Abraham de mosterd haalt [op de hoogte zijn] stamt uit de 17e eeuw, toen om mosterd gaan betekende: ‘een boodschap doen’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

Abraham (Latijn Abraham)

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Abraham, een van de aartsvaderen van Israël; (fig.) iemand die vijftig jaar is of wordt; pop van koek die men bij die gelegenheid aan de jarige geeft.
Abraham zien, gezien hebben, vijftig jaar worden of zijn.

Het verband tussen de leeftijd van vijftig jaar en Abraham is te vinden in het evangelie van Johannes, 8:57. Jezus noemt Abrahams blijdschap over zijn (Jezus') komst waarop het schampere antwoord van degenen met wie hij in discussie is, luidt: 'U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?' (NBV). Met andere woorden: U bent nog lang niet dood en hebt toch al met de doden gesproken? Een misinterpretatie van deze dialoog leidde tot de nu zeer populaire uitdrukking met bijbehorende folklore (zie ook Sara). Soms wordt deze verbonden met de uitdrukking weten waar Abraham de mosterd haalt (zie hieronder).

Liesveldtbijbel (1526), Johannes 8:57. Doen seiden die ioden tot hem, Ghi en zijt noch niet vijftich iaer out ende hebt Abraham gesien?
50 jaar VN. Desalniettemin [ondanks de ongustige situatie] komen de wereldleiders en staatshoofden bij elkaar in New York om het glas te heffen op de Abraham. (Journaal, okt. 1995)
Keer op keer legt de man die Abraham al heeft gezien zijn eigen grenzen een stukje verderop [bij het marathonschaatsen]. (Meppeler Courant, jan. 1994)

Weten waar Abraham de mosterd haalt, op de hoogte zijn van alles; goed bij de tijd zijn. Soms ironisch: van iets overbekends op de hoogte zijn.

Deze uitdrukking berust niet op een bijbelse passage. Wel heeft men vanaf de 19de eeuw pogingen gedaan het woord mosterd te identificeren met mutsaard dat 'takkenbos' betekent. De uitdrukking zou dan verwijzen naar de geschiedenis van Abraham die zijn zoon gaat offeren en daarvoor takken als brandhout nodig heeft. Voor deze uitleg is echter onvoldoende bewijs voorhanden. Voor de herkomst zijn er twee mogelijke verklaringen. De een gaat in de richting van uitdrukkingen als: hij weet waar Bert zijn mostaard haalt (vroeger bekend in de omgeving van Antwerpen) of het Duitse er weiss wo Barthel Most holt. In de laatste uitdrukking betekent Most 'jonge wijn'. Verder kan de uitdrukking verband houden met in het oudere Nederlands bekende verbindingen als iemand om de mosterd sturen, 'iemand met een smoesje wegsturen'. Om de mosterd gaan betekent ook 'een eenvoudig boodschapje doen'. De vaststelling dat de oude wijze aartsvader Abraham daartoe in staat is, verklaart het ironische karakter dat de zegswijze vaak heeft. Er is in ieder geval geen relatie met de uitdrukking Abraham zien, hoewel beide spottenderwijs in verband gebracht worden met een zekere wijsheid die een vijftigjarige verworven zou hebben.

De kneusjes [onder de schakers] zitten broederlijk bij elkaar en de bezoekers lopen daar ruw doorheen, op weg naar de zaal der grootmeesters, want ze weten nu waar Abraham de mosterd haalt. (G. Bomans, Adviezen van een oude rot & ander sportief proza, 1988, p. 46)
'Bent u al lang schilder?' 'Ja, al zo'n 35 jaar, dus ik weet nou wel waar Abraham de mosterd vandaan haalt'. (Gehoord, jaren '90.)

Aan Abrahams borst of in Abrahams schoot rusten, een zorgeloos leven hebben; zich op een prettige en veilige plek bevinden.

Abrahams borst en Abrahams schoot typeren plaatsen waar men veilig rusten kan, als door de aartsvader gekoesterd. In de bijbeltekst en in oudere taalfasen werd met Abrahams schoot naar de hemel verwezen, of naar een bepaald gedeelte van de hemel. De uitdrukking Abrahams borst is in de bijbel niet te vinden, zij is wellicht onder invloed van verbindingen als aan de boezem des Vaders (Johannes 1:18, in oudere vertalingen) ontstaan.

Leuvense Bijbel (1548), Lucas 16:22. Ende tis ghesciet dat die brootbiddere sterf, ende ghedraghen worde van die enghelen in Abrahams schoodt. (Ook zo in het Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 148, 12.)
En ik verzeker je dat ze, als het van Kriel allen afhangt, daar [op een bepaald onderduikadres] veiliger zitten dan in Abrahams schoot. (H.J. van Nijnatten-Doffegnies, $t Hemeltje, 1993 (1953), p. 155)
Zo rusten we vredig aan Abrahams borst. Tot we een keer wakker schrikken. (NRC, jan. 1994)

Het volk van Abraham, het joodse volk.

Abraham wordt als de stamvader van het volk Israël beschouwd. In het Luikse Diatessaron (1291-1300, p. 184, 28) zegt Jezus tegen de joden: 'Ochte gi Abrahams kinder sijt, so werkt Abrahams werke'. Latere vertalingen noemen Abrahams nageslacht het zaad van Abraham, verder wordt in Handelingen 13:26 gesproken van zonen of kinderen van het geslacht van Abraham (resp. NBG- en Statenvertaling; de NBV heeft hier nakomelingen van Abraham). Het is geen gebruikelijke uitdrukking.

Zo verscheen de ene na de andere verordening, waarbij het Volk van Abraham steeds verder geknecht, vernederd en uitgemolken werd. Het was op 29 augustus 1941 dat de joodse leerlingen de toegang tot de scholen ontzegd moest worden. (Meppeler Courant, sept. 1992)
Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

Abraham had zeven zonen [kinderliedje] (1948). Dien Kes, Jop Pollmann (1902-1972) en Piet Tiggers (1891-1968) publiceren in 1948 twee delen Kinderzang en kinderspel, waarin spelen, liedjes en canons voor kinderen zijn verzameld. Onder meer ‘Epompee, poedenee, poedenaska’ en ‘Abraham had zeven zonen’ worden in deze delen voor het eerst gepubliceerd. In het derde deel (1955) nemen zij op: ‘Schipper, mag ik overvaren?’

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

40. In Abrahams schoot zitten.

Dit wordt gezegd van iemand, die een rustig, aangenaam leven leidt, of eene kostelijke plaats heeft; bij de militairen eene veilige plaats tijdens een gevecht, een veldslag, bij de manoeuvres (ook in het hd.). De uitdrukking is ontleend aan den bijbel en wel aan Lucas XVI:19-31, bepaaldelijk vs. 22-23. Zeeman, bl. 33, deelt aangaande den oorsprong het volgende mede: ‘De uitdrukking is ontleend aan de gewoonte der Oosterlingen, om bij den maaltijd aan te liggen op rustbanken, waarbij het hoofd des eenen rustte tegen den boezem, om zoo te spreken in den schoot van den anderen gast; zoo lag de discipel, dien Jezus liefhad, in zijn schoot volgens Joh. 13:23; er wordt door aangeduid de plaats, welke innige vertrouwelijkheid, hartelijke genegenheid verleent, zooals ook bij de Romeinen esse in sinu amplexuque. Daar nu Abraham de hooggeëerde en geliefde stamvader was, die na zijn dood in het paradijs was opgenomen, werd de plaats aan het hemelsche gastmaal naast hem als de schoonste eereplaats beschouwd, zooals in het algemeen het aanzitten met of ook het aanliggen in den schoot van Abraham, Izaäk en Jacob voor de grootste eer, het hoogste genot in het toekomstige leven werd gehouden. Van daar dat ook in de taal van ons volk met die uitdrukking een rustig, genoegelijk leven wordt aangeduid’, Vgl. in het Mnl. in Abrahams scoot varen (of leven; Mnl. Wdb. VII, 656); in de 16de eeuw; rusten in Abrahams schoot;Trou moet blijcken, 203. fr. être dans le sein d'Abraham; hd. in Abrahams Schosz kommen, sitzen; eng. to be in Abraham's bosom.

1785. (Ad) patres,

in de uitdrukking ad patres zijn, d.w.z. naar zijne voorvaderen zijn, overleden zijn, dial. naar de paters gaan, syn. van Abraham gezien hebben (Bergsma, 17Volgens Laurillard, 49 beteekent dit: Hij is boven de vijftig jaar. Dit wordt bevestigd door Harreb. II, XLII en een citaat uit de Handelingen van de Tweede Kamer der St. Gen. (1919-1920), bl. 243: De commissie had gemeend, toen zij haar eerste amendement indiende, dat de secretaris der gemeente Hof van Delft.. reeds den leeftijd van 50 jaar had bereikt.. Nu is intusschen gebleken, dat hij Abraham eerst zal zien op 2 November van dit jaar. Het gezegde is op den klank af ontleend aan Joh. VIII, vs. 57, waar de Joden tot Jezus zeggen: ‘Gy hebt nog geen vyftig jaren en hebt gy Abraham gezien? Zie Zeeman, bl. 28.). In de 16de eeuw in Leuv. Bijdr. VI, 312: In loosheden studeren wy scalc als die vos, dies coemter vele ad patres nostros. Voor de 17de eeuw vgl. De Brune, 112:

 Hy heeft hem, doch niet on-geschonden,
 Ad patres, metter haest ghezonden.

Zie verder Brieven van B. Wolff, bl. 130: Zo zyn schat van een Vrouw ad patres ging; Ndl. Wdb. XII, 767; Harreb. II, 174: Hij gaat ad patres; Jong. 204: We zullen zijn nette spraak niet meer hooren... hij is ad patres; Handelsblad, 9 Sept. 1914, p. 1 k. 4 (ochtendbl.): Men vraagt zich af, waar er hier en daar al ‘gesneuveld’ langs den weg liggen, of ze (automobielen) over enkele maanden niet alle ad patres zullen zijn!; Jord. II, 137: Als hij pateris ging, kreeg hij nog een fijn rouwkransje van haar op z'n krieken-kist; Amst. 118: Helaas! de altijd ijverige kastelein is reeds lang ad Patres; Nkr. I, 17 Nov. p. 3 (ad patres doen gaan); VII, 8 Maart p. 3: 'k Ben in 't moorden zeer bekwaam; Ter Laan, Duijs, zij gaan ad patres, al wat is te rooder faam; Schoolm. 113:

 Als hijDe olifant. echter netelig wordt, zendt hij, helaas! zijn hoeder
 Er wel eens ad patres meê, of naar zijn moeder,
 En stort hem dus op een ontijdige baar.

Voor het hd. vgl. Kluge, Studentenspr. 111: Ad patres gehen, heim reisen (anno 1825).

41. Weten waar Abraham den mosterd haalt.

Bijna allen, die getracht hebben eene verklaring van deze uitdrukking te geven, beweren dat zij eigenlijk moest luiden: ‘weten waar Abraham den mutsaard haalt.’Zie Harrebomée III, 104. Het zou dan eene zinspeling zijn op het verhaal van Abrahams offerande, zooals het staat opgeteekend in Genesis 22, vs. 1-.14 Er bestaat evenwel een groot bezwaar tegen deze verklaring, nl. dit, dat er in dat verhaal niet naar een mutsaard gevraagd wordt. Izaäk zegt alleen: ‘Vader! ik zie het vuur en het hout, maar waar is het lam tot het brandoffer?’ Zie Zeeman, bl. 30-32 en Laurillard, bl. 31-32, waar de verschillende bezwaren tegen deze verklaring worden besproken, alsook Navorscher, XXVI, 248. Prof. De Goeje heeft in het Tijdschrift, II, bl. 71-75 eene andere verklaring voorgesteld. Deze geleerde wijst op de hd. spreekw. er weiss wo Barthel Most holt, en meent dat mosterd een verbastering kan zijn van most, dat zelf weder een verbastering is van het Jodenduitsche moos, dat in het meervoud geld beteekent, terwijl Barthel het Jodenduitsche bartel voor barzel zou zijn in den zin van ijzer, breekijzer. Wij zouden dan in plaats van Bartel Abraham gezegd hebbenIn Gelderland is, volgens Prof. H. Kern, Bart of Bartel de gewone verkorting voor Abraham. Zij komt in de 16de eeuw reeds voor bij Sartorius II, 6, 46, alsmede in de 17de eeuw bij Cats. Joh. Winkler citeert een naam Bartle of Bartele, wellicht eene verbastering van Bartlef, Bartolf of Bartold, welke naam Bartlef ook in deze uitdrukking als variant voorkomt van Abraham en Bart; zie Friesch Wdb., Lijst van Friesche Namen, bl. 26 en Nav. XXVII, bl. 249 vlgg. en most veranderd hebben in mosterd. Hoe vernuftig ook bedacht, is deze verklaring niet zeer aannemelijk, omdat zij veel te gedwongen is voor eene volksuitdrukking.Vgl. Borchardt no. 123 en Zeitschr. f. D. Wortf. IX, 307. Prof. De Goeje gaat bovendien van de meening uit, dat de Duitsche spreekwijze oorspronkelijker is dan de onze, zonder dat dit bewezen is.

Ik stel mij het ontstaan dezer spreekwijze veel eenvoudiger voor en zie in Abraham den naam van een jongen of een man, wien ook, en vat mosterd in den letterlijken zin op. Dat dit toch uit mutsaard zou zijn verbasterd, is hierom reeds niet zeer waarschijnlijk, omdat in naburige Duitsche dialecten ook de spreekwijze voorkomt en ook daar van Abraham en van mosterd sprake is. Zoo lezen wij bij Eckart, 561: ik sal ör well wise, wor Bartel de Mostert halt; ik will di wîsen, wâr Abram de Mustert mâlt of ook ik will di wîsen, wâr Abram de Ton (Zaun) uphangt. Zie ook Taalgids IV, 281 en vgl. V. Janus II, 40: In het Mosterthuis, daar Bartelt gewoonlijk de mostert haalt; Antw. Idiot. 1438: Weten waar Bert zijnen mostaard haalt; fri.: Hy wit. wol hwêr 't Bartele de mosterd hellet. Bedenken wij dat mosterd een gewoon alledaagsch artikel is, voorkomende in vele spreekwijzen; dat bijv. om mosterd gaan in de 17de eeuw een gewone uitdrukking was voor ‘een boodschap gaan doen’,Vgl. ook het Fransch: les enfants en vont à la moutarde, het geheim is slecht bewaard, overal bekend. en dat Abraham een algemeen voorkomende naam is, dan dunkt mij, dat de uitdr. oorspr. wil zeggen: hij weet wel waar iemand iets (in dat geval mosterd) kan koopen, hij is op de hoogte van een zaak, hij weet er alles van. Steun vindt deze meening in andere zegswijzen, die hetzelfde willen uitdrukken. Zoo lezen wij bij Goedthals, 141: Wel weten wat ter marckt t' eten is: wat daer gaens is, qui a couché en l'hospital, il sçait bien de quels draps on y use. Campen citeert bl. 86: Hy weet noch niet, waer Oost is, waarmede te vergelijken is: Weten waar Oost ligt, dat we aantreffen bij Coster, 41 vs. 934 en Molema, 307 b: Van oost wijten; wijten waar oost is. In de middeleeuwen kende men de uitdr. Wel weten van melc meten.Mnl. Wdb. IV, 1360. In een pamflet, collectie Muller 630, anno 1608, 21 v. leest men:

 o Jae ghenoech, ten is oock myn meyningh niet,
 Dat wy door onsen praet souden d'Overheyt bepaelen.
 Sy kennen die mijnen wel, daer tgout is te haelen,
 En dat het sulpher brandt op Etna den berch.

In Van Vloten's Kluchtspel III, 128 vinden wij: Ik hoor wel, dat gy mede wel weet, waar Den Haag leidt, waarmede te vergelijken is de bij Rutten, 137 opgeteekende zegswijze: Ge zult heur niet verneuken; zij kent Maastricht, waarvoor men ook zegt Sint-Nicolaas kennen, d.i. slim zijn, vooral van een minderjarig meisje sprekende (Rutten, 205); terwijl Joos citeert bl. 108: Hij weet waar Merten zijnen wijn tapt, en in het Waasch Idiot. 93 a: Weten waar Bartel zijnen wijn tapt. In N.-Brab.: hij weet wel waar zijn interest ligt. Afrik. Hij weet waar Dawid die wortels gegrawe het (Boshoff, 346).

Verder is te vergelijken hij weet wel ware syne kullekens hangen;Tijdschrift XVI, blz. 57: Hy weet wel ware syne kullekens hangen, hy is loes ghenoech. weten wat op den teerling loopt;Zie o.a. Verwijs X goede Boerden, bl. 46 en Hooft's Brieven, 500. weten wat Paap Marten song (Hooft II, 422); van de garstenbrooden gegeten hebben (o.a. Van Effen's Spectator V, 236, ontleend aan 2 Kon. IV:42-44); hij wist wel waar Petrus den sleutel heeft (Harreb. II, 181); thans bezigt men hiervoor ook weten wat er in de wereld te koop is; weten wat de boter kost (Tijdschr. XX, 78: hij weet wat die botere ter maerct mach ghelden); nd. hä weiss ech, wat de Bottir gilt (Eckart, 571). In het Deensch: han veed, hvor David henter Oellet (Bresemann, 264); hd. er weisz wo Luks Bier holt, wo Matz nach Hefen geht (Wander V, 311).

Met het oog op al deze uitdrukkingen komt mij de hier gegeven verklaring als de meest waarschijnlijke voor. De Duitsche spreekwijze zou ik geheel op dezelfde wijze verklaren en met Zeeman in Bartel willen zien ‘een eigennaam, gebruikt zooals bij ons Piet of Klaas om in 't algemeen een boerenjongen aan te duiden.’Zeeman, bl. 31 noot. Ten slotte wijs ik nog op de uitdr. van de mosterd weten, gebruikt door Bilderdijk, 10, 137 (zie Ndl. Wdb. IX, 1169).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut