Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ablutie - (afwassing van de handen van de priester en van de miskelk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ablutie [afwassing van de handen van de priester en van de miskelk] {ablucie [teug wijn na de communie] 1479, ablutie [afwassing] 1548} < frans ablution < latijn ablutionem, 4e nv. van ablutio [het wassen, in chr. lat. reiniging, doop], van abluere (verl. deelw. ablutum) [schoonwassen], van ab [weg] + luere [wassen], verwant met lavare [idem] (vgl. laven1).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal