Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ablaut - (grammaticaal bepaalde klankwisseling)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ablaut zn. ‘grammaticaal bepaalde klankwisseling’
Nnl. ablaut ‘klankwisseling’ [1925; WNT Supp. associeeren].
Ontleend aan Duits Ablaut ‘id.’, gevormd uit het voorzetsel ab ‘van ... af’ (zie → af) en het zn. Laut ‘klank’ bij het werkwoord lauten ‘luiden, klinken’ (zie → luiden). Als taalkundige term is Ablaut vastgelegd door Jacob Grimm (1819) als verkorting van Abstufung der Laute ‘gradatie van klanken’, naar analogie van de → umlaut, maar het woord werd in de 17e en 18e eeuw al gebruikt in de betekenis ‘van de regel afwijkende klank’ (Pfeifer verwijst naar vnhd. ablawtig ‘vals klinkend’ [15e eeuw]).
De ablaut is de wisseling van bepaalde klinkers in (etymologisch bijeenhorende) woorden en woorddelen, die niet door de klankomgeving wordt bepaald; hij hangt samen met de Proto-Indo-Europese accentverhoudingen en morfologisch-semantische categorieën en is nu in sporen vooral te vinden in de zogenaamde sterke werkwoorden. De ablaut als verschijnsel is al een eeuw voor Grimm ontdekt door de (internationaal minder doorgedrongen) Nederlander Lambert ten Kate (1723).
Lit.: J. Grimm (1819-37) Deutsche Grammatik, Göttingen; C. van Bree (1990) Historische taalkunde, Leuven/Amersfoort; Beekes 1990; Lehmann 1993

EWN: ablaut zn. ‘grammaticaal bepaalde klankwisseling’ (1925)
ANTEDATERING: "ablaut" is klankversterking [1845; Gids 1, 457]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ablaut [regelmatige klankwisseling] {1846} < hoogduits Ablaut, reeds 17e-eeuws in de betekenis ‘van de regel afwijkende klank’, maar pas in 1819 door Jacob Grimm gebruikt als term in de taalwetenschap voor de op het i.-e. teruggaande regelmatige wisseling van bepaalde vocalen, van ab [af] + Laut [geluid].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

ablaut s.nw.
Klankwisseling, die reëlmatige afwisseling van klinkers in verskillende woordvorme of met mekaar verwante woorde, wat in verskillende Indo-Germaanse tale optree en op die Indo-Germaanse tyd teruggaan.
Uit Ndl. ablaut (1846).
Ndl. ablaut uit D. Ablaut, wat in die 17de eeu reeds gebruik is in die bet. 'klank wat van die reël afwyk', met lg. 'n samestelling van ab 'af, weg, uit' en Laut 'geluid, klank'. In 1819 deur Jacob Grimm die eerste keer as term in die taalkunde gebruik.
Eng. ablaut.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ablaut (Duits Ablaut)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ablaut ‘regelmatige klankwisseling’ -> Indonesisch ablaut ‘regelmatige klankwisseling’ (uit Nederlands of Duits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ablaut regelmatige klankwisseling 1846 [WNT wortel] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut