Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

abdis - (overste van een vrouwenklooster)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

abdis zn. ‘overste van een vrouwenklooster’
Mnl. abdisse [1240; Bern.], abbedesse, abdesse ‘abdis’ [1266; CG I, 97].
Ontleend aan christelijk Latijn abbadissa, -tissa, zie → abt.
Os. abdiska; ohd. abbatissa (nhd. Äbtissin); nfri. abdis; oe. abbadisse (ne. abbess < Frans abbesse); on. abbadis.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

abdis [overste van vrouwenklooster] {abbedesse, abdisse 1265-1270} < chr. latijn abbatissa [idem] (vgl. abt).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

abdis znw. v. mnl. ab(b)edisse, abadisse < rom. *abbǎdesse < lat. abbātissa. — zie: abt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

abdis znw., mnl. ab(b)edesse, abdisse v. Uit rom. *abbădesse (lat. abbâtissa). Vgl. ohd. abbatissa (nhd. äbtissin), os. abdiska, ags. abbadisse, on. abbadîs v.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

abt m., Mnl. abbet, gelijk Ohd. abbât (Mhd. abbet, Nhd. abt), Ags. abbod, abbot (Eng. abbot), Ofri. abbet, On. abbati, uit Mlat. abbátem, accus. van abbas, maar met opgeschoven klemtoon (ábbatem). Het Lat. woord komt uit het Gr., en dit uit het Syr. abbā = vader, niet uit het Hebr. waar het āb is (z. Marcus XIV, 36 en Paulus, Rom. VIII, 15). — Abdij, Mnl. abbedie, gelijk Ohd. abbateia (Mhd. abbeteie, Nhd. abtei), Eng. abbey en Fr. abbaye, uit Mlat. abbatiam (-ia), — en abdis, Mnl. abbedisse, gelijk Mhd. abtissin, Eng. abbess, Fr. abbesse, uit Mlat. abbatissam (-a). De d van abdij en abdis is te wijten aan het Rom. , dat de intervoc. t tot d maakte; abt heeft de d als slotklank tot t verscherpt.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

abdis (Romaans *abbadesse)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Abt. In ’t Syrisch (de taal van een deel der oudste Christenen) was abba ’t woord voor vader en verder voor: monnik. ’t Gr. nam dit als abbas over; in ’t kerklatijn was de accusatief abbatem, met den klemtoon op ba, en daarvan maakte onze taal abt (’t Mnl. nog abbet). In de woorden abdij (Lat. abbatia) en abdis ging de t in d over, evenals bijv. dit in proosdij (van proost) geschiedde.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

abdis ‘overste van vrouwenklooster’ -> Indonesisch abdis ‘overste van vrouwenklooster’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

abdis overste van vrouwenklooster 1265-1270 [CG Lut.K] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut