Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aarslikker - (opdringerige vleier)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

aarslikker: opdringerige vleier, kruiper, slijmbal*. Reeds bij Boekenoogen. Vgl. het Duitse Arschlecker. Tegenwoordig bijna uitsluitend gebruikt als scheldwoord voor een homoseksueel. Aars ontwikkelde zich vanuit de betekenis ‘achterwerk’ naar ‘gat’ (de aarsopening). Duitsers schelden elkaar uit voor Arschloch, letterlijk ‘aarsopening’ (wij spreken van ‘reet’), hier in de betekenis van ‘klootzak’.

‘Aarslikker,’ mompelde Kas, terwijl hij opstond en betaalde. (Bouke B. Jagt, De muskietenoorlog en andere verhalen, 1978)
… en wat moest hij daar overigens met een partijgenoot van de voormalige Spaanse president Aznar? De grootste aarslikker van de Amerikaanse joker George W. (Geenstijl.nl, 17/10/2004)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut