Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aardbei - (schijnvrucht van het geslacht Fragaria)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aardbei zn. ‘schijnvrucht van het geslacht Fragaria
Mnl. erdbeire [1226-50; CG II, Pl.gloss.], mnl. ertbesie [ca. 1300; Claes 1982:492], eertbese [ca. 1430; Sterkenburg 1975]; vnnl. aerdbeyer [1597; WNT], aerdbey [1635; WNT zelf II].
Het eerste lid is → aarde, omdat de vruchten dicht bij de grond groeien. Het tweede element is een woord voor ‘bes’. Voor de vormen -beire, -besie, zie → bezie. De huidige vorm -bei < mnl. baye ‘bes’, is ontleend aan Oudfrans baie < vulgair Latijn baca (< Latijn bacca) ‘bes’ en de samenstelling met -bei is pas geattesteerd in het Vroegnieuwnederlands.
Ohd. erdberi (nhd. Erdbeere); nfri. ierdbei; oe. eorþāberge ‘aardbei’. Met een ander tweede lid: nzw. jordgubbe ‘aardbei’ (letterlijk ‘aardmannetje’), bij jord ‘aarde’.
Lit.: Sterkenburg 1975, 233; Philippa 1987; P. Meertens (1940-41) ‘Taalkaart aardbei’, in: Onze Taaltuin 9, 25-29; Taalatlas 3, 14

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aardbei [vrucht] {erdbere, erdbesie 1226-1250} van aarde + bei < frans baie [vrucht] < latijn baca, bacca [besvormige vrucht].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aardbei, aardbezie znw. v.; dit laatste is een oud woord, vgl. ohd. erdberi, oe. eorðberie, zo genoemd omdat zij dicht langs de grond groeit. Aardbei is een jonger woord, want het tweede lid bei ‘bes’, mnl. baye v. < fra. baie < vulgairlat. baca (= lat. bacca) ‘bes’.

Daarnaast staan andere woorden als oe. streawberie, ne. strawberry, dat samengesteld is met straw ‘stro’. — Heeroma Ts. 70, 1952, 268-9 wil onderscheiden tussen twee perioden in de ontlening: 1. ontlening uit het romaans in vóór-frankische tijd leverde bei in een ‘inguaeoonse’ taal (bei is typisch noordelijk, vooral hollands) en 2. een later ontleend ‘cultuurwoord’ baye, dat alleen ‘laurierbes’ betekent. — Voor de verschillende vormen aardbei, aardbezie, westf. erdbeire zie P. J. Meertens Taaltuin 9, 1940-1, 25-29 en voor beier W. de Vries Ts. 33, 1914, 147-8. — Een kaart voor de aardbei geeft P. J. Meertens, Taalatlas afl. 3, 14.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aardbei znw., naast zeldzamer aardbezie. Het laatste is uit aarde en bezie samengesteld, het eerste uit aarde en bei “bes”, mnl. baye v. “bes”, uit fr. baie en dit van vulgairlat. baca (= bacca) “bes”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

aardbei, aardbezie. Overeenkomstige samenstt. reeds owvla. (zie volgende alin.) mnl. (erdbēre, -bes v.) ohd. ags.
Naast bei (reeds owvla. herb. baia) komt in Zuid-Nederland beier voor, waarschijnlijk contaminatie van bei en bēre (zie bes). Of ook owvla. (herb.) erdbeire ‘aardbei’ zo is te beoordelen?

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

eerbeis (zn.) aardbei; Vreugmiddelnederlands erdbeire <1226-1250>.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

ebbeer, ubber, zn.: aardbei. Door assimilatie uit eerdbeer, D Erdbeere. Zie ook elber.

elber, erbel, zn.: aardbei. Elber door dissimilatie uit er(d)beer, D. Erdbeere. Zie ook ebbeer.

jaasbeer, zn.: aardbei. Uit jaardbeer < aardbeer, vgl. D. Erdbeere.

ummer, zn.: bosbes. Wellicht door wisseling van de bilabialen b/m uit ubber ‘aardbei’.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

aarbei s.nw.
1. Plant wat op die grond rank en rooi, hartvormige vrugte dra. 2. Vrug van hierdie plant.
Uit Ndl. aardbei, 'n samestelling van aarde en bei 'bessie'. Ndl. aardbei is in Holland die gebruiklikste benaming vir die plant, wat ook aardbezie en aardbes genoem word. Die Ndl. uitspraak as aarbei, wat ook in beskaafde spreektaal gehoor word, is die enigste vorm wat in Afr. spreektaal gebruik word en ook die vorm wat in die skryftaal bestaan. Eerste optekening in Afr. by Du Toit (1908) in die vorm aarby.
Vanuit Afr. in S.A.Eng. in die samestelling aarbeiplant.
Vgl. aambei, moerbei.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

elber, erbel aardbei (Zuid-Limburg). = hgd. erdbeere ‘id’, ss. van hgd. erde ‘aarde’ (= nl. aarde) + ‘beer ↑ ‘bes’. De l is een gevolg van dissimilatie.
OT IX 26.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

aarbei: plant en vrug (spp. Fragaria, fam. Rosaceae); Ndl. aardbei (ss. v. aarde (q.v.) en bei (v. aambei) naas aardbezie, met bezie/bes, Hd. beere, Eng. berry = Afr. bessie.

Thematische woordenboeken

W. Deconinck (2019), Plantennamen nader toegelicht, Kortrijk.

aardbei
Bosaardbei | Fragaria vesca L.

Een bei is een oudere naam voor een bes en dus voor de vrucht van deze plant, botanisch een schijnvrucht. De woorden bei en in vele dialecten beier zijn afgeleid van het Franse woord baie, dat zelf afkomstig is van het Latijnse bacca dat bes betekent. En omdat de plant heel dicht bij de grond groeit, werd het dan Aardbei.

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

aardbei: iemand met rood haar en puisten of sproeten. Vermeld door o.a. Van Sterkenburg.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aardbei ‘vrucht’ -> Indonesisch arbéi ‘vrucht’; Javaans arbèi ‘vrucht’; Minangkabaus arubai ‘vrucht’; Papiaments artbèi ‘vrucht’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

aardbei. Typisch Nederlands is de benaming aardbei voor een vrucht die inderdaad dicht bij de grond groeit; het tweede deel van het woord, bei, is ontleend aan het Franse baie 'bes'. Aardbei wordt in het Nederlands sinds 1597 gebruikt; voordien, al in de dertiende eeuw, gebruikte men in plaats van bei de vormen bere of besie (erdbere, erdbesie), die eveneens 'bes' betekenden - vergelijk de Duitse naam Erdbeere.

In het Indonesisch is aardbei overgenomen als arbéi. Het Indonesisch heeft ook andere Nederlandse vruchtennamen geleend, vergelijk bijvoorbeeld apel 'appel', prambos/frambos 'framboos', murbéi/murbai 'moerbei' en pér 'peer'. De Nederlanders hebben dus hun vruchtensoorten en -namen meegenomen naar Indonesië, maar ze hebben ook diverse Indonesische vruchten, met hun namen, mee teruggenomen naar Nederland, bijvoorbeeld katjang 'pinda', klapper 'kokosnoot', pisang 'banaan' en sirih 'betelnoot'. Er heeft in het verleden dus een drukke culinaire uitwisseling plaatsgevonden.

Opvallend is dat het Nederlandse woord tomaat door het Indonesisch is overgenomen als tomat: tomaten zijn immers niet inheems in de Lage Landen, maar geïmporteerd uit Amerika. In de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw werd de plant in de Nederlanden alleen als sierplant gekweekt, en soms genuttigd als geneesmiddel. In de loop van de negentiende eeuw werden tomaten geleidelijk steeds vaker als vrucht of groente gegeten, maar pas begin twintigste eeuw werd dit algemeen. Het woord zal dan ook pas in die periode door het Indonesisch zijn overgenomen. Ook de verbindingen tomatenpuree, tomatensla en tomatensoep zijn ontleend aan het Nederlands; ze luiden in het Indonesisch puré tomat, selada tomat en sup tomat. En ook enkele Nederlandse verbindingen met andere vruchtennamen zijn door het Indonesisch geleend, vergelijk mus apel 'appelmoes', setrup apel 'appelstroop', tar apel 'appeltaart' en setrup pér 'perenstroop'. Al deze verbindingen hebben de normale Indonesische woordvolgorde gekregen, waarbij de bepaling na het hoofdwoord staat.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aardbei vrucht 1597 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut