Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aanstonds - (gauw, terstond)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aanstonds bw. ‘gauw, terstond’
Vnnl. aenstont ‘terstond’ [1630; WNT], aenstonts [1673; WNT].
Met bijwoordelijke → -s ontstaan uit ouder aenstond, bij mnl. aenstonden = aen desen stonden ‘terstond, gauw’ [14e eeuw; MNW] bij het zn.stonde ‘uur’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aanstonds* [gauw] {1673} van middelnederlands aenstonden, aen dien stonden {1301-1400}, met het bijwoorden vormend achtervoegsel s afgeleid van stond [ogenblik].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aanstonds bw., mnl. aenstonden, aen desen stonden. De vorm aanstonds is vrij jong en gemaakt met een bijwoordelijke s (zoals ook dikwijls, elders). — Afl. van stonde.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aanstonds bijw., nog niet bij Kil. Evenals dikwijls, doorgaans, elders enz. met een bijwoordelijke s. Het Mnl. kende de adverbiale uitdrr. aenstonden, aen dēsen stonden, aen corte stonden “aanstonds”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

aanstonds bijw., met de adverbiale s uit Mnl. aen stonden = op den stond.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

aanstons bw.
Oor 'n kort rukkie, netnou.
Uit Ndl. aanstonds (1673), 'n afleiding met -s van die Mnl. uitdr. aen stonden, met stonden in die bet. 'tydstip van korte of lange duur'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

aans I: – aansies – , verk. vorm v. aanstons (q.v.); Ndl. aanstonds (nog nie by Kil, Plant of in Stateb. nie), vgl. Fri. a(e)nstons; aansies kan òf verdere byw. uitbr. v. aans wees òf aansl. by vorme soos Fri. aens’ns/aensens.

aanstons: “netnou, weldra”; Ndl. aanstonds, met byw. -s uit ouer wdg. aen stonden (ong. = op (hierdie) oomblik), verk. tot aans, v. aans I.

aanstraks: dial. v. “netnou, weldra”; kontamv. v. aanstons en straks (q.v.).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Aanstonds van de Mnl. uitdrukking aen stonden, d. i. aan of op dezen stond (of: op dit oogenblik). De s is de gewone bijwoordelijke s.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aanstonds ‘gauw’ -> Fries aanst aanen(s) ‘gauw’; Negerhollands anstonts, aanstonds, anstons, anstonds ‘gauw’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aanstonds* bijwoord van tijd: gauw 1673 [WNT Suppl]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut