Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aanstalten - (toebereidselen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aanstalten zn. ‘toebereidselen’
Nnl. aanstalten [1816; WNT]; de in enkele woordenboeken voorkomende enkelvoudsvorm is wrsch. secundair geabstraheerd uit het meervoud.
Ontleend aan Duits Anstalt(en) ‘toebereidselen’ < mhd. anstalt bij het werkwoord anstellen ‘ordenen, inrichten’. Ook in andere talen werd het woord uit het Duits overgenomen, bijv. in Zweeds anstalter [1650].

EWN: aanstalten zn. ‘toebereidselen’ (1816)
ANTEDATERING: waar toe ... werkelyk een aanstalte is gemaakt [1781; Middelburgsche courant (KB) 22/3]
Later: ofschoon daar toe reeds alle aanstalten gemaakt waren [1794; Leydse courant 17/4] (EWN: 1816)
{De opmerking in het EWN over het secundair zijn van het ev. moet geschrapt worden. In de oudste vindplaatsen komt het woord vooral in het ev. voor.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aanstalten in de uitdrukking aanstalten maken [toebereidselen maken] {1816} < hoogduits Anstalten machen, gevormd van an + stellen.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

aanstalten

Wij hebben hier te maken met een woord dat pas in de 19e eeuw in het Nederlands is overgenomen uit het Duits. In die taal luidt het Anstalt en het behoort bij het werkwoord anstellen: inrichten, gereedmaken. Anstalt is dus: voorbereiding, inrichting en dan ook: gebouw waarin een inrichting is gevestigd. Zo kent men Irrenanstalt: krankzinnigengesticht.

Er is een verschil tussen aanstalten en toebereidselen: de laatste kan men in het geheim maken, de eerste niet. Bovendien worden toebereidselen langer van te voren gemaakt; aanstalten gaan onmiddellijk aan de handeling vooraf. Wie aanstalten maakt om te vertrekken, staat van zijn stoel op, neemt afscheid en begeeft zich naar de deur. Wie toebereidselen maakt, pakt zijn koffer, wisselt geld enz.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aanstalten znw. v., eerst 19de eeuw, < nhd. anstalt, vgl. anstellen ‘inrichten, gereedmaken’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aanstalten znw. mv., eerst laat-nnl. Evenals de. zw. anstatt ontl. uit nhd. anstalt v., dat zich in bet. bij anstellen “inrichten, gereedmaken” aansluit. Het zeldzame enk. aanstalte is blijkens de slot-e wsch. eerst uit het mv. geabstraheerd.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

aanstalten. De slot-e van het enkelvoud zal beschouwd moeten worden als die van gestalte en gehalte, en bewijst nog niet, dat het enk. uit het mv. is geabstraheerd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

aanstaltes s.nw.
Voorbereidsels.
Uit Ndl. aanstalten (1816) of direk uit D. Anstalten uit Anstalt 'voorbereiding'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aanstalten (Duits Anstalten)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aanstalten ‘voorbereidingen’ -> Negerhollands anstalten ‘voorbereidingen’ (uit Nederlands of Duits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut