Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aanspreker - (doodbidder)

Etymologische (standaard)werken

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

aanspreker

Van het hiervoor behandelde aanspreken is aanspreker afgeleid. Maar van alle betekenissen die het werkwoord heeft, is er voor aanspreker slechts één overgebleven, namelijk: uitnodigen en in het bijzonder: familie en vrienden van een overledene ter begrafenis uitnodigen. Dat deed de aanspreker vroeger altijd persoonlijk, maar dat gebeurt thans alleen nog ten plattelande. Een aanspreker is nu iemand die een begrafenis verzorgt. Men noemde zo iemand ook een bidder, afgeleid van bidden: verzoeken (bidden en smeken), groefbidder of lijkbidder. Ook woorden als nodiger en leedaanzegger kwamen voor. De laatste benaming schijnt nog in Friesland gebruikelijk te zijn.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aanspreker ‘doodbidder’ -> Creools-Portugees (Batavia) aanspreekr, anspéker, anspreeker ‘doodbidder’; Papiaments † aanspreker ‘doodbidder’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut