Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aanpassen - (passen)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

aan’passen (paste aan, heeft aangepast), ook, van bril:) passen. Past U een van deze buitengewone brillen aan (Schoonhoven 161). - Etym.: In AN alleen gezegd van kleding. Vgl. ook SN aantrekken* van een bril.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1566. Aan iets geen mouw(en) weten te passen (of te naaien),

d.w.z. iets niet weten te helpen, klaar te spelen; er geen kop aan weten te klinken of te krijgenZie Schoolblad XLIII, k. 1236: Je snapt wel, dat dit niet zoo openlijk in den gemeenteraad gezegd werd, maar onder het motto: verandering van arbeidsvoorwaarden, heeft men er een kop aan weten te klinken; De Telegraaf, 8 Dec. 1914 (ochtendbl.) p. 2 k. 2; Aan het heen-en-weer gesjouw van de Duitschers is geen kop te krijgen (geen touw aan vast te knoopen).; geen raad voor of met iets weten, geen middel weten om iets in orde te brengen, iets niet weten te plooien; eig. gezgd van een kleermaker of eene naaister, die geen kans ziet een mouw aan het een of ander lijf te passen, en dateerend uit den tijd, dat men losse mouwen droegZie Weinhold. D. Deutsche Frauen, 430; Schultz, Höf. Leben I, 253. (zie no. 1568). Syn. was aan iets geen ooren weten te naaien of geen touw weten vast te knoopen. In de 16de eeuw vinden we de uitdr. bij Marnix, Byenc. 72 r: Al is 't dat sy aen desen klaren Text geene mouwen en weten te setten; zoo ook 76 v; Elckerlijc, 123: Ic en sier gheen mouwen toe gesedt; Coster, 37 vs. 790: 'k Weet by get niet hoe 'k hier best mouwen an sel lassen; De Brune, Emblemata, 262: Het verloop van zijn spel, daer hy noch mouwe, noch lap en weet aen te zetten; Winschooten, 99: Ick sal dat Varken wel wassen, ik weet daar wel mouwen aan te setten; Huygens VIII, 9; Coster, 202, 1574: Daer toe weet ick gien raet, daer weet ick gien mouwen an te setten; Pers, 525 b; 732 a; Tuinman I, 126; Sewel, 500; Halma, 362: Ik weet 'er geen mouwen aan te zetten, je n'y sai point de remède, je ne sai comment m'y prendre, je ne sai quelle pièce y coudre; W. Leevend VII, 118; Ndl. Wdb. IX, 1185; XII, 1022; Villiers, 83; Nkr. III, 26 Sept. p. 5: Aan Karnebeek's bezwaren had ik met zwier een mouw gepast. In het Westvl. ergens geen mouwen aan vinden, geene mogelijkheid zien van het te verrichten (De Bo, 716 a); Limb. niet weten hoe 't aan 't stuk staat ('t Daghet XII, 191); Land v. Waas: hij weet aan alles een mouw te passen, weet zich goed te verantwoorden, weet tegen alles middel; hd. da weisz ick keinen Aermel anzusetzen (Wander I, 137).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal