Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aannemen - (in ontvangst nemen; in dienst nemen; veronderstellen)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

aanneme s.nw. (verouderend)
Katkisasie met inbegrip van die aanneming.
Afleiding van Ndl. ww. aannemen (1787 - 1789) 'aanvaar word as lid, in die besonder in 'n kerkgenootskap'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aannemen ‘in ontvangst nemen; in dienst nemen; veronderstellen’ -> Deens † annamme ‘ontvangen’ (uit Nederlands of Nederduits); Deens antage ‘in dienst nemen; vorm aannemen; accepteren’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors † annamme ‘in ontvangst nemen; begrijpen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds anamma ‘in ontvangst nemen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds anta ‘aannemen, aanvaarden, accepteren; in dienst nemen’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands neem aan, anneem ‘ontvangen; in dienst nemen’; Sranantongo aneime ‘het aannemen, belijdenis’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

11. Aangenomen werk.

In de uitdr. het is geen aangenomen werk, het heeft zoo'n haast niet, het is geen werk dat op een bepaalden tijd moet gereed zijn; Harrebomée II, 453: Het is geen aangenomen werk, gij behoeft u niet te haasten; Fri. it is giin oannommen wirk. Vgl. mnl. taswerc, 17de eeuw en Zaansch hoopwerc, in de uitdr. tasweerc, raschweerc; 't is geen hoopwerk (Ndl. Wdb. VI, 1077; Boekenoogen, 343). Syn. Het is geen rouwgoed dat het afmoet.

1579. Iets voor goede (of gangbare) munt opnemen (of aannemen),

In eigenlijken zin het geld, dat men ontvangt voor echt, niet valsch of voor gangbaar houden, en vandaar bij overdracht: gelooven wat iemand zegt; iets in ernst opvatten; hd. etwas für bare Münze nehmen; fr. prendre qqch. pour argent comptant. In de 17de eeuw vrij gewoon; zie het Ndl. Wdb. IV, 238; IX, 1239; 1240; Huygens IV, 201; verder Van Effen, Spect. IX, 138; XII, 61; 167; C. Wildsch. III, 81; 246; IV, 192; Slop, 187: Hij wist niet of hij die woorden als goede munt moest bewaren of er om lachen; Villiers, 84: Hy neem alles vir goeie munt aan; vgl. het syn. iets voor contant nemen (17de eeuw); iets voor gereed (of goed geld) opnemen; iemand iets voor gladde (of echte) munt in de hand stoppen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut