Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aanleggen - (aanbrengen; maken; afmeren)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1aanlê ww.
1. (veral t.o.v. skepe) Teen iets aanbring en vasmaak. 2. Stilhou of vertoef op 'n plek, ook om vrag in te skeep. 3. 'n Nooi die hof maak.
Uit Ndl. aanleggen (1599 in bet. 1, 1611 in bet. 2, 1626 in bet. 3).

2aanlê ww.
Met 'n geweer na 'n teiken mik.
Uit Ndl. aanleggen (1594).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aanleggen ‘aanbrengen; maken; afmeren’ -> Deens anlægge ‘aanleggen, kweken, opzetten, aannemen, innemen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors anlegge ‘aanbrengen, opzetten, (standpunt) innemen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds anlägga ‘aanbrengen, opzetten’ (uit Nederlands of Nederduits).

Hosted by Meertens Instituut