Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aankleef - in de uitdrukking met den aankleve van dien

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aankleef* in de uitdrukking met den aankleve van dien [met al wat ertoe behoort] {1598}. Vgl. middelnederlands anclevinghe [wat bij iets anders behoort] {ca. 1430} van middelnederlands aencleven [verbonden zijn met].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aankleef znw., alleen bewaard in de uitdrukking met den aankleve van, vgl. mnl. aencleef ‘wat bij iets anders behoort’, vgl. mnl. aencleven ‘verbonden zijn met’. — Zie: kleven.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† aankleef znw., thans alleen gebruikelijk in de uitdr. met den aankleve van, mnl. (Handwb.) aencleef m. ‘hetgeen bij iets anders behoort’, niet bij Kil. Bij mnl. aenclēven, ‘verbonden zijn met’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut