Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aanjagen - (een gevoel plotseling veroorzaken bij)

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1804. Iemand de pest aan- (op- of injagen),

d.w.z. iemand wrevel berokkenen, hem treiteren, pesten, waarvoor men in het Zaansch ook zegt: iemand de pan aanjagen (Boekenoogen, 729). Vgl. Zoek 204: Och god, wat 'n benauwd smoelwarrek.... wacht, even de pest injagen. Van iemand, wien de pest aangejaagd is, wordt in zeer gemeenzamen stijl gezegd ‘dat hij de pest inheeft’ (zie no. 1789) of: de ‘smoor’ inheeft (zie aldaar); vgl. iemand het land aanjagen; den duivel inhebben (no. 518) en dergelijke. Zie Ndl. Wdb. I, 185; XI, 885.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut