Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aangezien - (omdat)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aangezien vgw. ‘omdat’
Mnl. aengesien ‘aangemerkt; omdat, daar’ in combinatie met dat: Anghesien dat daer niet af en kwam als si haepten ‘aangezien het resultaat niet zo was als zij hadden gehoopt’ [15e eeuw; MNW], gheaensien dat [1401, Brugge; Stall.]. Ook als voorzetsel met de betekenis ‘met het oog op, in aanmerking nemend’, bijv. aengesien yghelix brief ende betoech van ghelyken ouderdom ‘gezien eenieders oorkonde en bewijsvoering van gelijke ouderdom’ [z.j.; MNHW].
Dit gebruik van het verl.deelw. van aensien (nnl. aanzien) is in absolute constructies ontstaan naar Latijns of Oudfrans voorbeeld (Oudfrans veüe (voorzetsel) ‘(aan)gezien’ [1080]; Nieuwfrans vu que ‘aangezien’). Aangezien zonder dat komt voor vanaf 1616 (WNT); zie ook → zien, → aanzicht.

EWN: aangezien vgw. 'omdat' (15e eeuw)
ANTEDATERING: aengesien dat gi … sulcken scandelijcken doot hebt ghesmaect [1390-1410; iMNW stranc II]
Later: aenghesien (vz.) 'met het oog op, in aanmerking nemend' in: aenghesien oec die dinghen die ... [1466; MNW-P] (EWN: z.j.)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aangezien* [voegwoord, omdat] {aengesien dat als voegwoord en aengesien als voorzetsel 1465-1470} oorspr. verl. deelw. van middelnederlands aensien [letten op] gevormd naar het voorbeeld van oudfrans veue, frans vu [idem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aangezien voegw. eig. deelw., van aanzien, vgl. mnl. aen(ghe)sien dat gevormd naar ofra. constructies als veue la deposicion.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aangezien voegw., ospr. deelw. van aanzien. In het Mnl. komt aen(ghe)sien dat reeds als voegw. voor, aen(ghe)sien als voorz., naar ʼt model van lat. resp. ofr. absolute constructies als ofr. veue la deposicion.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aangezien ‘voegwoord’ (bet. van Frans vu)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aangezien* onderschikkend voegwoord 1637 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut