Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aangelegenheid - ((gewichtige) zaak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aangelegenheid zn. ‘(gewichtige) zaak’
Nnl. aengelegentheyt ‘belang’ [1699; Arsy], aangelegentheid ‘belangrijke zaak’ [ca. 1700; WNT behartiging].
Afgeleid van het bn. aangelegen, verl.deelw. bij aanliggen. In de betekenis ‘naastgelegen, naburig’ is aangelegen al mnl., maar de betekenis ‘waar veel belang bij is’ is wrsch. ontleend aan mnd. of mhd. angelegen ‘aan het hart liggend; belangrijk’, waarbij ook Angelegenheit ‘belangrijke zaak’, uit ‘zaak die aan (het hart) ligt’.

EWN: aangelegenheid zn. '(gewichtige) zaak' (1699)
ANTEDATERING: een saeck van dier importantie ende aengelegentheyt 'een zaak van dat gewicht en belang' [1606; iWNT nadruk]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aangelegenheid znw. v., ws. < hd. angelegenheit; daarnaast het nu verouderde aangelegen eveneens ws. < hd. angelegen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† aangelegenheid znw., nnl., gevormd naar hd. angelegenheit? Het znw. schijnt ouder dan het thans verouderde bnw. aangelegen, dat wsch. naar hd. angelegen is gevormd. Vgl. Leest Dui. Invl. 69.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aangelegenheid ‘zaak, belang’ -> Negerhollands angelegenheit ‘zaak, belang’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut