Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aangelande - (persoon wiens land aan een weg, dijk of rivier grenst)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aangelande zn. ‘persoon wiens land aan een weg, dijk of rivier grenst’
Vnnl. in hy gaf oock ander anghelande die conste van wijn te winnen ‘hij leerde ook aan een andere buurman de kunst van het wijn maken’ [1566; WNT]. Inmiddels verouderd.
Gesubstantiveerde vorm van het bn. mnl. aangeland (vnnl. aenghelandigh [1599; Kil.]), gevormd uit → aan en het bn. geland ‘van land voorzien, land hebbend’ bij het zn. onl. gelendo ‘bewoner’ [10e eeuw; W.Ps.].

EWN: aangelande zn. 'persoon wiens land aan een weg, dijk of rivier grenst' (1566)
ANTEDATERING: mnl. aenghelande 'aangelanden' [1412; iMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aangelande* [eigenaar van stuk land aan weg of rivier] {aangelant [eigenaar van land aan een weg, een dijk, een water, een ander land grenzend] 1412} van aan(grenzend) + middelnederlands gelandet, gelant, gelent [eigenaar van een land] (vgl. belenden).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut