Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aandoening - (ziekte; ontroering)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aandoening zn. ‘ziekte; ontroering’
Mnl. aendoeninge ‘het brengen van iemand in een bepaalde stemming’ [MNHW]; vnnl. aendoeninghe ‘emotie’ [1553; WNT haast II].
Afleiding van mnl. aendoen ‘aantrekken’, in de speciale betekenis ‘iemand iets aandoen’.
Nieuwnederduits andoning(e) ‘opwinding, ontroering, sterk gevoel’; nfri. oandwaning.
Het werkwoord betekent oorspr. ‘aantrekken, aandoen (van kleren)’ (onl. anadadon ‘zij kleedden zich’ [10e eeuw; W.Ps.]) en kreeg onder invloed van Latijn afficere ‘indruk maken op’ (uit → ad- ‘aan’ en facere ‘doen’, verwant met → doen, zie ook → feit) de nieuwe betekenis; het zn. is wrsch. naar het voorbeeld van Latijn affectus ‘aandoening’ gevormd, zie → affectie. Vermoedelijk heeft het werkwoord ook een ouder *and doen geabsorbeerd (nog in de Duitse dialectuitdrukking (einem) and tun ‘medelijden hebben (met iemand)’). Dit woord behoort bij onl. ando ‘toorn, ijver’ [10e eeuw; W.Ps.] en mnl. ensch, einsch ‘nijdig, wrokkig’. Vgl. ook de uitdrukking zich aangedaan voelen.
aandoenlijk bn. ‘gevoelens opwekkend’. Nnl. aandoenlijk [1814-21; WNT], verder alleen in de naburige Duitse dialecten en in het Fries.
Lit.: L. De Grauwe (1980-81) ‘Zu einigen Paronymen mit and-/end- im Deutschen und Niederländischen’, in: Studia Germanica Gandensia 21, 247-269

EWN: ♦ aandoenlijk bn. 'gevoelens opwekkend' (1814-21)
ANTEDATERING: waar van het gezigt aandoenlyk was 'waarvan het aanzicht emotionerend was' [1758; Middelburgsche courant (KB) 25/11]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aandoening* [gewaarwording] {aendoeninghe [het iem. in een zekere stemming brengen] 1553} van middelnederlands aendoen [aantrekken, een zekere toestand over iem. brengen], vermoedelijk een vertaling van latijn affectus [toestand, stemming, genegenheid], resp. afficere (verl. deelw. affectum) [iem. iets aandoen, beïnvloeden], van ad [aan, naar] + facere (in samenstellingen -ficere) [doen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aandoening znw. v. vgl. mnl. aendoeninghe ‘het brengen van iemand in een zekere stemming’ en verder oostfri. andôning, andôn(t). — Waarschijnlijk gevormd naar lat. affectus ‘gemoedsstemming, aandoening’; dus in min of meer geleerde taal ontstaan.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aandoening znw., aandoenlijk bnw., nog niet bij Kil. [Mnl. aendoeninghe v. = “het brengen van iemand anders in een zekeren toestand of stemming”]. Deze woorden bestaan alleen op het ndl. en aangrenzende deelen van het du. taalgebied, bijv. oostfri. andôning, naast andôn(t), en andônlik. Afgeleid van het ww. aandoen, oostfri. andôn “dolore afficere”, dat in deze bet. in het Mnl. en bij Kil. nog niet voorkomt. Wellicht zijn dit aandoen benevens aandoening, aandoenlijk ospr. geleerde woorden, ontstaan onder invloed van lat. afficere “aandoen” affectus, “gemoedsstemming, aandoening”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aandoening ‘emotie’ (bet. van Latijn affectio)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aandoening ‘gewaarwording’ -> Fries oandwaning ‘gewaarwording’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aandoening* gewaarwording 1553 [WNT haast]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut