Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aandeel - (bijdrage, toekomend deel, aandeelbewijs)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aandeel zn. ‘bijdrage, toekomend deel, aandeelbewijs’
Mnl. andeel ‘deel dat men ergens in heeft’ [1293; CG I, 1966]; vnnl. aen-deel ‘deel; toekomend deel, aandeel bij verdeling van goederen’ [1588; Kil.], aandeel ‘bijdrage’ [1645; WNT]; nnl. de eerste uitgiften der aandeelen in deze geldleening, worden vrijgesteld van de registratieregten [1825; WNT registratierecht], aandeelen (mv.) ‘aandeelbewijzen’ [1846; WNT verband].
Mogelijk afgeleid van het werkwoord aandelen ‘deelhebben aan, delen in’ (< mnl. aendelen ‘toedelen, in iets delen’), van → aan en → delen. Een andere verklaring gaat uit van pgm. *anadaili-, zie → deel 1.
Mnd. andel; mhd. anteil ‘deel, aandeel’ (nhd. Anteil); nfri. oandiel.
Vanaf het begin van de 19e eeuw gaat aandeel het eerdere → actie vervangen in de betekenis ‘financieel aandeel, aandeelbewijs’.
Lit.: Lessen 1940, 64

EWN: aandeel zn. 'bijdrage, toekomend deel, aandeelbewijs'; de betekenis 'bijdrage in ondernemingskapitaal' (1825)
ANTEDATERING: actien of aandeelen [1790; Groninger courant (KB) 12/1]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

aandeel o., verbaalabstr. van Mnl. aendelen = deel hebben aan iets + Hgd. anteil.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aandeel ‘deel; deelname; gedeelte dat iemand bijdraagt tot het kapitaal voor een onderneming’ -> Deens andel ‘deel; deelname; investering in deel van een bedrijf of gebouw’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors andel ‘deel, belang, medewerking, deelachtigheid’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds andel ‘(relatieve) deelname, betrokkenheid’ (uit Nederlands of Nederduits); Indonesisch andél, andil ‘deel; bijdrage’; Ambons-Maleis andèl ‘deelname’; Javaans andhil ‘deel (hebben, nemen in)’; Makassaars ândelé ‘aandeel in een onderneming; systeem waarbij een aantal personen geld stort waarna het gestorte geld beurtelings aan één van die mensen wordt uitgekeerd’; Menadonees handèl, andèl ‘steun, deelname’; Minangkabaus anden ‘deelname’; Sranantongo àndeil ‘deelname; gedeelte dat iemand bijdraagt tot het kapitaal voor een onderneming’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut