Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aalmoezenier - (katholiek geestelijke)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aalmoes zn. ‘liefdegift’
Mnl. almosnen (mv.) ‘id.’ [1236; CG I, 22], aelmose ‘id.’ [voor 1254; CG I, 61].
Wrsch. ontstaan uit christelijk Latijn eleēmosyna < Grieks eleēmosúnē ‘medelijden’. De vorm met a- is wrsch. onder invloed van woorden als middeleeuws Latijn alimonia ‘onderhoud, voedsel’ ontstaan. Mogelijk heeft bij de -oe- in plaats van de korte -o- in het tweede deel van de samenstelling bij het verdwijnen van de -n ook het woord → moes meegespeeld.
Als woord van de christelijke kerk is het in alle West-Germaanse talen verbreid: os. alamōsna; ohd. alamuosa (nhd. Almosen); ofri. elmisse (nfri. ielmis(se), jelmis); oe. ælmesse, -mæsse, -mysse (ne. alms); nzw. almosa (< mnd. of vnnl.).
aalmoezenier zn. ‘katholiek geestelijke’. Mnl. aelmosseneirs (genitief) ‘id.’ [1250-75; CG I, 292]. Ontleend aan Oudfrans almosnier(e) ‘hij die een aalmoes geeft’ [11e eeuw], dat teruggaat op Latijn eleēmosynārius, afleiding van eleēmosyna. Mnl. aelmoesenier was de aanduiding voor een geestelijke die de aalmoezen beheerde of verdeelde, of toezicht hield op het armbestuur in de steden. Tegenwoordig is de naam beperkt tot de geestelijke verzorgers van bepaalde groepen als militairen en gevangenen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aalmoezenier [katholiek geestelijke] {aelmoesniere 1251-1275} < oudfrans almosnier [die de aalmoes geeft of ontvangt] < middeleeuws latijn eleemosynarius [idem] (vgl. aalmoes).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aalmoezenier, mnl. aelmoesenier, aelmissenier < mlat. eleemosynârius.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aalmoezenier znw., reeds mnl., is evenals de vla. bijvorm met s een afl. van aalmoes naar ʼt model van mlat. eleemosynârius, fr. aumônier, evenals het mnl. v. znw. aelmoesniere “aalmoestasch” naar mlat. eleemosynâria, fr. aumônière. De mnl. vorm almoniere is uit het ofr. overgenomen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aalmoezenier (Oudfrans almosnier)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aalmoezenier katholiek geestelijke 1251-1275 [CG I1, 292] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut