Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aal- - (voorvoegsel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aalwaardig*, aalwarig [onbezonnen, knorrig] {aelwerich [dom, knorrig, dartel] 1376-1400} oudhoogduits alawari, hoogduits albern [goed, welwillend], fries aelwer, oudengels ealverlic [idem], oudnoors alvara [ernst], van al + waar, dus: geheel waar.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

aal- 1 praefix, als in aaloud, aalwaardig, enz., Mnl. ale, ael, Onfra. & Os. alo, ala + Ohd. ala, Ags. æl, Go. ala, Ug. *alo-, Idg. olu̯-; daarnevens oli̯- en oln-: zie al.

aalwaardig, alwarig bijv., Mnl. aelwerich, alwarich, uitbreiding met -ig van aleweer, *aelwaer + Ohd. alawâri = waar, goed (Mhd. alwǣre, alwer, alber = eenvoudig, dwaas, Nhd. albern = gek), On. alvára = ernstig (Zw. allvar, De. alvor) Go. alawers, saamgesteld met aal 1 en waar 2 (z.d w.); het Ags. heeft een afl. met lijk: ealwérlíce = goed.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Aalwaardig of aalwarig, mnl. aelwarich, van aelwaar = zeer waar, goed, ernstig; later kreeg dit woord de bet. eenvoudig, gemelijk, dwaas; hgd. albern (onnoozel), met verharding van w in b. Vgl. een derg. overgang bij simpel (eerst eenvoudig, dan idioot); slecht (eerst glad, vlak, eenvoudig, dan = niet goed). Heye gebruikt het in zijn Triomfant. lied v. d. Zilvervloot: “Zei toen niet Piet Hein, met een aalwaerig woord: Wel Jongetje enz.” met de bet.: ernstig-eenvoudig. In het mnl. vindt men ook nog aeleygen = geheel eigen, en in het oudere nieuwnederl. aalduitsch (= geheel of echt hollandsch, bij Spiegel), aaljong (= zeer jong, bij Roemer Visscher), aalverstorven (= geheel dood, tot de grijze oudheid behoorend, bij Bredero); ook met een z.nw. aaldiepte (“de aaldiepte der hellen”), aaleinde (“’t aeleynde van de wereldt”), bij de Harduyn, Goddel. Wenschen, 415 en 459.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut