Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

a- - (ontkennend voorvoegsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

a- voorv.
Dit is oorspr. het Griekse voorvoegsel a-, voor klinkers an-, een negatieprefix, dus met de betekenis ‘niet, on-’ of ‘zonder’.
Ontwikkeld uit pie. *n-, de nultrap van het negatief partikel *ne (zie → nee), waaruit ook Nederlands → on- en Latijn → in- 2. Er is geen verwantschap met het West-Germaanse voorvoegsel ā- ‘zonder, niet’ zoals nu alleen nog in → amechtig.
Het voorvoegsel a- komt voor a) in Griekse leenwoorden, die meestal via het klassiek Latijn en soms het Frans in het Nederlands zijn terechtgekomen, en waarin de oorspr. betekenis van het voorvoegsel dikwijls niet meer als zodanig herkenbaar is, bijv.amethist, → anekdote, → atoom, en misschien → asfalt; b) in internationale wetenschappelijke termen die op basis van klassiek Griekse woorden zijn gevormd, iets wat in veel gevallen echter pas later gebeurd is, in het Laatlatijn, het middeleeuws Latijn, het Neolatijn of het Engels, bijv.afasie, → amnesie, analfabeet (zie → alfabet), → anarchie, → anesthesie, → anoniem, → anorexie, → apathie, → atheïsme, en waarvan vaak ook een versie zonder voorvoegsel bestaat, bijv. (a)symmetrie, (a)thematisch, (a)tonaal, (a)typisch; c) in woorden op niet-Griekse basis, bijv. amoreel, aseksueel, asociaal (zie → sociaal). De meeste woorden die onder b en c vallen, zijn als zodanig ooit bewust geïntroduceerd of geherintroduceerd, met a- als negatieprefix. In de omgangstaal is dit voorvoegsel niet productief.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

a-2 [ontkennend voorvoegsel] {in bv. anarchie 1584} < grieks a-, an- (voor een klinker), verwant met latijn in-, oudfries, oudengels, oudhoogduits, gotisch un-, oudnoors ū-, ō-, nederlands on-.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

a- II: – an- (voor vok.) – , priv. a-, “beroof van, sonder”, ong. = nie-, non-, on- en -loos, veral in wd. v. klass. (meer bep. Gr.) herk., bv. amoreel; anorganies; soms opgevat in bet. v. Gr. anti, “teen”, bv. a-godsdienstig = “ongodsdienstig” = “antigodsdienstig” (WAT).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

an- (Latijn an- of Frans an-); ‘ontkennend voorvoegsel’ (Grieks an-)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Α- (= Gr. ἀ-; ἀ privans of ἀ privativum = lett. berovende α; voor klinkers an- (Gr. ἀν-)). Geeft ontkenning aan; on-, niet-, zonder.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

a,α. a(α) privans of privativum = berovend. Ontkennend voorvoegsel. Zie de samenstellingen t.p.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut